Stellingen pro en contra

 

Hieronder heb ik een aantal stellingen en uitspraken verzameld van voor en tegenstanders van de show of werklijnen. De discussie over dit onderwerp in de “goed of slecht” sfeer duurt al jaren lang.

De verschillende gezichtspunten veranderen echter door de jaren heen nauwelijks. Feit is wel dat na het Martin regime in de SV (moeder organisatie van de Duitse Herder) het belang en waardering van de gebruikswaarde (denk maar aan de BSHZ 99/2000) weer meer gaat toenemen in Duitsland.

Ook zien we in Nederland en Duitsland een groot aantal honden uit de werklijnen die in Keurklasse 1 zitten met een uitstekende anatomie.

 

Contra showlijnen:

Showlijnen brengen geen nakomelingen van betekenis voor de gebruikswaarde. Gerelateerd aan de honden die op de africhtingwedstrijden verschijnen en de top plaatsen bezetten.

 

Door de minimale criteria van de showlijnfokker om met VH/SchH 1 (met minimale punten) te fokken, ontstaat een verdere afkalving van de gebruikswaarde in deze lijnen.

 

Als de hond een beetje wil bijten zit het met de aankeuring wel goed.

 

Door  het gewenste showtype zijn de honden dermate zwaar, sterk gehoekt, groot lichaam dat dit de wendbaarheid cq snelheid niet ten goede komt voor de africhting.

 

Ze zijn te zacht, kunnen de druk en de dwang moeilijk aan. Ze missen het nodige temperament om dagelijks te werken.

 

De Duitse Herder wordt steeds minder gebruikt als diensthond (politie, leger) vanwege zijn verminderde gebruikswaarde.

 

Op de fokgeschiktheid keuring is er een overwaardering van de anatomie, en een onderwaardering voor de zeer uitgesproken karakter honden met oog op de keurklasse indeling.

 

Door jarenlange fokkerij door een groot aantal showlijn fokkers, primair gericht op het scheppen van nog mooiere honden. Is er een brede populatie honden ontstaan, die qua karakter niet meer voldoen aan de in beginsel (rasstandaard) gestelde eigenschappen: Duitse Herder fok is gebruikshonden fok.

 

Het toch al zeldzame bijtwerk van de top honden op de Bundessiegerhauptzuchtschau stelt weinig voor alhoewel deze honden toch allen meestal het SchH 3 bezitten.

 

Pro Showlijnen

 

De factor mens en milieu en de kennis en vaardigheden die deze persoon bezit zijn primair van invloed op de uiteindelijke resultaten van zijn hond.

In beginsel kan een persoon met een hond zowel uit de show als uit de werklijn topprestaties leveren. Mits de aanleg in de hond aanwezig is, en de geleider kundig is op het gebied van gedrag en africhtings methodieken.

 

Veel africhters kiezen voor de werklijn door invloeden van buitenaf. Binnen bepaalde culturen is het immers ondenkbaar dat je als “serieuze” africhter zou kiezen voor een pup uit een showlijn.

Dan val je gelijk buiten de boot.

 

Er wordt te vaak en teveel binnen de werklijnen naar alleen de prestaties op africhtingsgebied van de fokpartners gekeken. Te weinig worden de voorouders en de lijnenteelt bestudeert.

 

De Nederlandse honden (meestal IPO/VH) op BSHZ laten een overwegend goede moedproef zien binnen het internationale deelnemersveld.

 

De hobby van de eigenaar van de tophond op shows is nou eenmaal de kynologie. De africhting is niet zijn passie, alhoewel velen hun hond toch keurig zelf africhten en zeker geen genoegen nemen met 80 in afdeling C.

 

Door te eenzijdig puur op werkeigenschappen te selecteren, kunnen honden uit deze lijnen door hun erfelijke aanleg later problemen geven in gezinnen.

(90% van de Duitse Herders komt wel gewoon in gezinnen terecht met bazen met een gemiddelde kennis)

 

Als je nu eens kijkt hoeveel nesten bekende werklijn fokkers fokken, kun je de vraag stellen, waarom betrekkelijk weinig van deze honden structureel aan de top meedraaien.

Ook gezien het feit dat veel africhters bij hun aankloppen voor een pup, en zij dus actief zijn bij VDH, NBG of KNPV.

 

Het fokbeleid van sommige fokkers om alleen maar te kijken naar de gebruikswaarde van de honden, en genoegen te nemen met honden binnen hun fok programma die maar net voldoen aan de minimale criteria betreffende de anatomie.

Ontstaat er een type hond dat meer lijkt op een soort mechelaar dan op een Duitse Herder.

Het gemis aan geslachtsuitdrukking , krachtige koppen (vooral bij de reuen) knokenkracht, substantie zijn daarbij zaken die opvallen.

 

Als er een keer een hond uit de showlijnen mee kan draaien op hoofdevenementen qua africhting, laten de werklijn fokkers deze honden toch links liggen voor de fok.

 

De bloedlijn van toonaangevende verervers binnen de werklijnen hebben bijna altijd een vleugje showlijn inzicht.

Of in ieder geval een verantwoord aantal Keurklasse 1 voorouders om ook de anatomie te waarborgen.

 

Tot Slot

 

Werklijnen, Showlijnen, Combinatiefok? Als nieuweling binnen de Duitse Herders zal het je misschien een beetje duizelen van deze materie. Ik heb getracht om het een en ander wat duidelijker in beeld te brengen, en als artikel op te nemen op mijn site. Dit is weer typisch zo’n onderwerp waar in forums vaak over gesproken wordt. Maar waar op een vaste pagina op internet weinig over te vinden is.

Belangrijk is ook dat de discussie omtrent dit onderwerp vaak gevoerd wordt door actieve sporters en fokkers binnen ons ras. Uitgangspunt voor hun mening hoe die ook mag zijn wordt altijd gevoed door de passie van die persoon voor het ras.

Het zijn ook de mensen die uitkomen voor hun mening, maar vaak ook de ander in hun waarde laten omtrent de voorkeur van de sportbeoefening hetzij kynologie of africhting.

Feit is dat in Nederland het niveau van de Duitse Herder op een hoog niveau is gebracht. We hebben zowel onze successen op grote clubmatches alsook africhtingswedstrijden.

Ook is een feit dat ondanks de verschillen die er zijn in de bloedlijnen, er bij het grote aantal Duitse Herder pups wat jaarlijks zijn weg vindt naar een nieuw gezin, zich er betrekkelijk weinig incidenten  voordoen betreffende het gedrag van de hond, op latere leeftijd.

Kortom de gemiddelde Duitse Herder in Nederland wordt alom gewaardeerd om zijn wezen en karakter. Zowel als hond actief in de africhtingssport of als (gewone) huishond. Dat is toch een verdienste van de serieuze fokkers en de rasvereniging. Daarnaast is het zo dat in Nederland een selecte groep fokkers zich richt om in de top te presteren op show of africhting.

Potentiële kopers die veel willen investeren in de hond en de hobby om in een van deze richtingen te presteren, kan als hij er moeite voor doet dus prima terecht voor een hond die in potentie een  kans van slagen heeft.

Los van werk of showlijn is het heel belangrijk om als koper duidelijk naar de fokker te vertellen wat voor hond bij jouw past. De meeste fokkers kunnen zo een betere beslissing nemen of een van hun fokproducten wel voor jouw geschikt is.

Vanzelfsprekend is mijn advies op uitsluitend een pup te kopen van aangekeurde ouders, over de diverse criteria die de Rasvereniging stelt in Nederland, kun je ook veel lezen op de site van de vereniging van fokkers en liefhebbers van Duitse Herdershonden (VDH)  

Uiteraard verdient het aanbeveling alvorens te kopen, als newbee eerst voldoende te lezen en het ras op te zoeken op diverse evenementen.

 

 

G. Nagel

Mei 2001-05-06

 

 

© design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com