Werk  of Show bloedlijnen?

 

 

Inleiding

In de loop van het domesticatieproces ontdekte de mens, dat de hond hem op veel manieren van nut kon zijn. Hij ontdekte het vermogen tot waken en verdedigen, de talenten voor de jacht en, waarschijnlijk pas veel later, de kwaliteiten bij het hoeden van vee. Al deze eigenschappen werden verder ontwikkeld in gescheiden groepen honden.

Er ontstonden (gedrag) specialisten: subpopulaties die werden gekenmerkt door hun werkgedrag, door hun specifieke talenten voor bepaalde gedragingen en hun verminderde neiging tot het uiten van andere gedragingen. We mogen deze groepen honden met hun specifieke werkgedrag de eerste "primitieve" rassen noemen. Ze vormden de basis voor de moderne rassen. In een proces van vele honderden generaties werden uit deze primitieve rassen de huidige "werkrassen" gevormd.

Met de verandering van het fokdoel, wijzigde ook het accent in de selectie binnen onze hondenrassen. Omdat voorheen de werkeigenschappen van doorslaggevend belang waren, lag het accent van de selectie vooral op de vitaliteit en op de gedragsaspecten van de hond. Toen de fokkerij zich daarna meer en meer op het exterieur richtte en bij sommige rassen de inzetbaarheid bij het werk afnam c.q. nagenoeg beëindigd werd, verloren die oorspronkelijke selectiecriteria een belangrijk deel van hun terrein. Allereerst al omdat, bij het ontbreken van vergelijkingen onder werkomstandigheden, de mogelijkheden ontbraken om dieren voor dit aspect onderling te "ranken" en op basis daarvan de besten te kiezen. Natuurlijk voor een deel óók, omdat de aandacht van de fokkers zich nogal eenzijdig richtte op hetgeen wèl "meetbaar" en vergelijkbaar was, het exterieur. Bij sommige rassen heeft dit geleid tot het ontstaan van min of meer gescheiden werk- en showlijnen.

Voor verschillende rassen bestaat overigens nog steeds de mogelijkheid om hun aanleg voor het op hun van toepassing zijnde werk te bewijzen (gebruikshonden, jachthonden, veedrijvers, wind- en sledehonden), andere rassen kunnen hun talenten tonen in de verschillende takken van hondensport of bijvoorbeeld het reddingswerk.

Wil men de specifieke werkeigenschappen van de verschillende rassen behouden, dan zullen ook deze (wederom) in de fokselectie moeten worden betrokken.

De Duitse Herder

 

Bij de Duitse Herder kom je vaak bovengenoemde termen tegen, of ook wel; kynologische of gebruikshonden lijn. Voor nieuwelingen binnen ons ras zal ik deze term proberen wat helderder te maken.

 

De term werkhond had in beginsel als betekenis; een hond die in de praktijk werd ingezet en gebruikt. Je kunt dan denken aan politiehond, reddingshond, of als hoeder bij de schaaps kudde.

Vandaag heeft het vooral de betekenis; “het tegenovergestelde van een showlijn” En wordt altijd in verband gebracht met de bloedlijn, de afstamming (voorouders) van de hond. Een hond uit de werklijnen zou zich o.a. moeten kenmerken door: grote werklust, goede vaste zenuwen, moedig karakter, grote mate van hardheid en belastbaarheid, intelligent en vol levenslust.

De hond uit de showlijn kenmerkt zich vooral door zijn zeer fraaie bouw, er is veel eenheid in type (hoe de hond eruit ziet). Ook zijn de eigenschappen als bij de werklijn aanwezig in de hond, alleen de driften, de moed en belastbaarheid nodig voor de africhting vaak in wat mindere mate .

De hond uit de werklijn zou dus (in aanleg) geschikter moeten zijn voor de africhtingsport, omdat hij in principe gefokt is voor “het werk”. Deze honden hebben vaker erfelijke bepaalde gedragseigenschappen waardoor een wat meer ervaren baas, zo’n hond beter kan opvoeden en begeleiden.

De hond uit de showlijn is vooral  voor de gezinnen, waarin totaal geen interesse is voor een actieve sportbeoefening vaak de betere keus. Vooral als de ervaring t.o.v. het gedrag van honden niet al te groot is bij de gezinsleden. Ze zijn vaak makkelijker in omgang, dit betekent niet dat een showlijn hond maar een “watje” is, het is wel degelijk een Duitse Herder, met alle positieve eigenschappen die hiermee verbonden zijn.

 

De meerderheid van de fokkers in Duitsland zijn showlijn fokkers. Goede indicator hiervoor zijn de twee belangrijkste jaarlijkse SV evenementen in Duitsland voor de Duitse Herder.

Op de Bundessiegerzuchtschau (hét kynologische top evenement) zijn jaarlijks zo’n 1500 tot 1800 Duitse Herders ingeschreven. Hieronder 3 BSHZ deelnemers:

Shanto's Xano

Gaucho v Sheytan's Home

Vako v/d Herderskring

Op de Bundessiegerprüfung (hét africhtingevenement) zijn slechts 115 honden aanwezig. Dat is een verhouding van 15 : 1 hieruit zou je kunnen concluderen dat er in Duitsland voor elke 15 showlijn fokkers er slechts 1 weklijn fokker actief is. Hieronder 3 BSP deelnemers:

Ernst v Weinbergblick

Glenn v/d Hühnergasse

Wotan v Bärenfang

 

Het verschil tussen showlijn of werklijn zit niet zozeer in de eisen gesteld aan de ouder dieren maar in de bloedlijn oftewel de namen van de ouders en voorouders.

Zowel honden uit werk als uit showlijnen komen voor de meerderheid uit aangekeurde ouders. De zogenaamde keurfok, volwassen honden kunnen dit predikaat krijgen door aan een fokgeschiktheidskeuring deel te nemen. Hier wordt zowel het karakter als de anatomie van de hond beoordeelt. De eisen om deel te mogen nemen aan de keuring  zijn:

 

 

Men onderscheidt voor de fokkerij aanbevolen (Keurklasse 1) en voor de fokkerij geschikt geachte honden (Keurklasse II). Het fokken met goedgekeurde Duitse Herdershonden noemt men keurfok. Wat er allemaal beoordeelt wordt door de keurmeester op de keuring wordt je het meest duidelijk door een Keurrapport te bekijken. Hier als voorbeeld een keurrapport van een hond uit de werklijn (met dank aan M. de Leeuw, kennel von Sascibel Haus) Keurbewijs van Gaya v Sascibel Haus

Hebben beide ouders van een nest de Keurklasse dan geeft de rasvereniging de VDH ook het Certificaat van Fokniveau af bij dit nest.

 

Dit certificaat wordt dus uitgereikt naast de officiële stamboom van de Raad van Beheer. Het certificaat geeft meer gedetailleerde informatie over de bloedlijn (afstamming) als de stamboom van de RvB.

Zie voor de verschillen hier een gedeelte van de (showlijn)stamboom en van het certificaat van fokniveau van dezelfde hond:

Canto stamboom

Canto certificaat van fokniveau

 

Honden uit de showlijnen komen vaker in Keurklasse 1 als honden uit de werklijnen. Dit heeft te maken met het feit dat een hond wil hij in Keurklasse 1 komen moet  voldoen aan de hoogste eisen t.a.v. de bouw de anatomie. Criteria is dat de hond van uitmuntende bouw moet zijn (de rasstandaard ) of deze zeer dicht moet benaderen om in Keurklasse 1 te geraken.

Omdat de werklijn primair gericht is op de “karakter eigenschappen” en bouw secundair is aan karakter, en deze selectie zich ook al bij de voorouders van de desbetreffende hond voordoet,  komen relatief veel werklijn honden qua bouw iets tekort om in de Keurklasse 1 te komen.

Keurklasse 1 of 2, anders gezegd; aanbevolen of geschikt voor de fok wil echter niet zeggen (de term doet anders vermoeden) dat de een minder is dan de ander.

Een voorbeeld kan zijn: Heel mooi (show beoordeling; hoge Zeer Goed of Uitmuntend) met een middelmatige moed (mening van ondergetekende dus niet van de Keurmeester), werklust en belastbaarheid (getest op de fokgeschiktheid keuring) komt in Keurklasse 1. Met als eindoordeel toch moed, werklust, en belastbaarheid uitgesproken.

 

Minder mooi ( show beoordeling; Goed of Zeer Goed) met een zeer uitgesproken moed, werklust en belastbaarheid (dus ook dik verdient deze toevoeging “zeer uitgesproken” ) komt in Keurklasse 2.

 

Maar zul je zeggen de honden moeten toch allemaal beschikken over een africhtings certificaat om deel te mogen nemen aan de keuring?

Ja dat is zo, echter de VH/SchH/IPO titels (overzicht afkortingen)zeggen niet alles over de hond. De eisen om een africhtings certificaat te behalen zijn dermate dat een Duitse Herder in veel gevallen met een deskundige training en begeleiding hieraan kan voldoen.

Je zou kunnen zeggen dat het africhtings certificaat een minimum eis is. Andere vraag die kunt stellen is wat voor punten had de hond (en de voorouders) op die examens?

Hebben de honden in de bloedlijn hun sporen verdient op africhtingevenementen (waarbij de beoordeling door de keurmeester veel strenger is als op een examen) of op kynologische.

Je kunt zeggen dat als in de bloedlijn de meeste honden hun bekendheid danken aan, africhtings wedstrijden of nakomelingen brachten die hier scoorden. Je meestal een werklijn in handen hebt.

Als de meeste honden in de bloedlijn bekend zijn van exterieur shows dan is het meestal een showlijn. Als je weinig verstand hebt van de namen in de bloedlijn, kunnen de africhtingstitels toch een hint zijn. De meeste reuen op de stamboom ongeacht show of werklijn hebben meestal VH/SchH/IPO 3, De teven hebben meestal VH/SchH/IPO 1 , zij er echter veel teven bij de voorouders die het hoogste kenteken hebben VH/SchH/IPO 3 dan kan dat een indicatie zijn dat het een werklijn is.

Evenzo als er relatief veel honden keurklasse 2 hebben is het meestal een werklijn.

Bij de showlijnen is het VA bij voorouders (vooral vader en grootvaders) een indicatie. VA=vorzugliche auslese, dat is de hoogste kynologische onderscheiding voor Duitse Herders gegeven op de Bundessiegerhauptzuchtschau.

Werklijn fokkers hechten vaak meer waarde aan de hoogte van het africhtingskenteken van de teven in de bloedlijn. Vaak fokken zij zelf ook met teven met het hoogste kenteken.

Ook afkortingen op zelfgemaakte stambomen afgebeeld op internet of van stamboom programma’s geven vaak de afkortingen je een goede indicatie (zie het eerder genoemde overzicht).

Op mijn site onder Bloedlijnen en onder  Kynologie en Africhting een keur aan honden, foto’s en afstammingen om je verder in te verdiepen.

 

Naast de show en werklijnen zijn er een aantal fokkers die bloed uit beide lijnen combineren. Dit is de zogenaamde combinatiefok. Je moet nu niet denken dat er een show kampioen gekruist wordt met een pure werklijn teef. Vaak is de vermenging een kwestie van 75% tot 25% show/werk of andersom. (over vier generaties voorouders geteld) Omdat de meeste fokkers een keus maken voor show of werklijn, en dus met hun fokbeleid in dezelfde bloedlijnen blijven “hangen” bewegen de combinatie fokkers zich op een voor het ras gunstig terrein.

Door de vermenging van de lijnen op een verantwoorde manier, ontstaat er weer meer differentiatie binnen het ras. Ook hebben zij het vaak moeilijk om hun honden in de doelgroep (sporters hetzij kynoloog of africhter) af te zetten omdat in de ogen van velen zij vlees nog vis fokken.

Door de jaren heen zijn er echter een aantal zeer succesvolle honden geweest uit deze fokkerij. Twee recente voorbeelden van succesvolle combinatie fok zijn onder andere Matcho von Sascibel Haus Politiehond 1 stamboom
En Esley v/d Mahler-Meister meervoudig deelneemster Nederlands Individueel Africhtingkampioenschap . stamboom foto Esley

vervolg

 

Ga terug naar Bloedlijnen index
INDEX
© design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com