Dit artikel is geschreven door Joost Peschier, n.a.v. van
een vraag in een e-mail group. In deze group worden onder andere besproken de problemen die men tegenkomt “in
de praktijk” bij de integratie van de “clicker-methode” in de IPO/VH
africhting. Vandaar dat hij in zijn aanhef de clickertraining uitdrukkelijk
noemt.
Gerrit Nagel.
![]()
|
|
Even voorstellen, ik ben Joost
Peschier en ben sinds 1992 Gedragstherapeut ( opgeleid bij O&O) Fok al 18 jaar Duitse Herders
onder de kennelnaam: v Nordsee Sturm
en richt beroepsmatig per jaar
tussen de 20 en 30 honden af. Voor 1992 deed ik dit op de
traditionele manier, na 1992 ben ik met positieve trainingsmethodes begonnen. Iets wat zijn vruchten af heeft
geworpen, want ik richt gemiddeld een hond in 12 weken af (Examen) Ondanks dat ik al jaren
gedragsbegeleider ben heb ik mij eigelijk altijd wat verzet tegen de
clickertraining. |
Naar mijn idee was het onprakties
om altijd de clicker in de hand te hebben, en dacht dit wel met de stem te
kunnen.
In principe lukt dit ook wel,
anders kan je een hond niet in z’n tijd africhten ( zonder dwang)
Omdat ik altijd bij wil blijven
leren, heb ik de laatste tijd veel over de clickertraining gelezen.
In de komende maanden ga ik mij er
in verdiepen, dit wil zeggen het in de praktijk brengen van de clickertraining.
![]()
Na 20 jaar africhting heb ik wel
geleerd dat dwang niet werkt, het gaat wel maar je krijgt een hond die nooit
snel gaat, en de oefening onzeker afwerkt.
Iets zichtbaars neerleggen, zoals
een platte voetbal of een andere bal (tennisbal) zoals ik dat in mijn begin
jaren geleerd heb werkt ook niet.
Het probleem hierbij is namelijk dat de hond de overgang niet
begrijpt, de ene keer wordt er een bal
aan het eind van het terrein neer gelegd en de andere keer wordt er niks neer
gelegd.
Vaak gaat men dan toch half dwang
gebruiken, met de verontschuldiging dat de hond het wel weet.
Een jaar of vijf terug heb ik voor
mij de oplossing bij een kringgroep in Duitsland gezien.
Ik zal je proberen een zo
gedetailleerd mogelijk uitleg te geven.
Bijna aan het eind van het
trainingsveld op de middellijn graaf je
een 30/30 tegel in zodat er een putje ontstaat van 8 a 10 cm diep.
Het kan zonder deksel, maar het
mooiste is als er een deksel op zit.
Je maakt dus een passende rand van
8 a 9 cm en maakt daarop met een schanier een passende deksel.
De rand met deksel plaats je zo op
de tegel dat hij niet boven het veld uit steekt ( De maaimachine moet er normaal
over kunnen) in de deksel een gat zodat met je vinger het deksel kan openen.
Verf het deksel groen en strooi er
wat metselzand op zodat niemand kan zeggen dat hij er over uitglijdt.
Het schanier zit het verst van je
vandaan zodat je het deksel open kan leggen en de hond er geen last van heeft
als hij er bij af moet liggen.
Als de vereniging niet wil hebben
dat er een putje aan het eind van het
terrein komt is het alternatief om een kistje te maken met deksel ( niet te
hoog) en deze b.v. aan het eind van het terrein in het bos of grasrand te
verstoppen, zodat hij niet te zien is.
Terug naar het putje, je begint
voor de eerste keer door de hond naast je aan de lijn te laten zien dat je een
paar beloninkjes in het putje (deksel open) gooit ( ik gebruik voor het trainen
van honden smulrondjes van Albert Heijn in vieren gesneden, goedkoop en
zeer gewild) en laat de hond deze op eten.
Dan weer een paar blokjes er
ingooien, en de hond een paar meter meenemen, aflijnen en hem bij de ketting
houden en hem oppeppen met b.v. “waar
is je bal” ( bij honden die knetter op de bal zijn gebruik ik ook wel een bal)
en laat de hond schieten met het commando “voooooooooruit”
Loop mee en laat de hond zijn
blokjes opeten en gooi er nog een paar langs zijn kop, in het putje.
Dit herhaal je een paar maal en
elke keer maak je de afstand iets groter.
Per training kan je dit tussen de
vijf en tien keer oefenen.
Let op dat de hond begrijpt wat je
wil dus blokjes in het putje, de hond er zo dicht mogelijk aan laten ruiken,
zodat hij er net niet bij kan, de hond
meenemen, lijn er af, in de ketting vast houden en spanning maken (waar is je
bal b.v.) en weer laten schieten met het commando “ vooooruit”
Je kan rustig mee rennen en
ondertussen belonen met de stem, ook als hij de blokjes op staat te eten.
Als je dit uitgebouwd hebt, zodat
je de hond over de hele lengte kan sturen, meestal al na een vijf of zes
trainingsdagen.
Dan ga je weer op vijf meter voor uit sturen, je loopt weer mee en
geeft de hond het commando af als hij bij het putjes is, ( moet het af commando
goed beheersen)
Geen dwang gebruiken maar rustig
het commando een paar maal herhalen, je bent meegelopen dus sta je al naast de
hond, als hij af gaat, direct meer blokjes (voer) langs zijn kop in de put
gooien, zodat de hond het idee heeft dat de brokjes uit het putje komen, rustig
even laten liggen en ondertussen goed belonen.
Na een paar keer gaat de hond al
bij het eerste commando af, direct duidelijk belonen met b.v “braaf, zo goed,
keurig, enz.) en elke keer nog meelopen en een paar extra beloningen in het
putje werpen.
Deze afstand ga je elke training
uitbreiden, tot je de hele lengte weer hebt.
De volgende stap is op 10 of 15
meter voor uit sturen, dit keer licht er niks in het putje, wel heb je de hond
weer op spanning gebracht met b.v. ‘waar is je bal’ direct sturen en commando af bij het putje.
Gaat hij niet direct af, rustig
een extra commando en onder tussen loop je zelf ook weer naar het putje en gooi
je een voor een, een paar beloninkjes in het putje ( als de hond af licht)
ondertussen goed belonen.
De volgende stap is dat de hond
niet weet of je er van tevoren wat in hebt gelegd, elke keer van tevoren
spanning opbouwen en de afstand weer groter maken.
Nu ook de eerste 10 meter volgen
in bouwen, dus gewoon spanning opbouwen met “ waar is je bal” en dan 10 meter
volgen, om hem goed aan de voet te houden onderweg een of twee beloninkjes
geven en dan sturen met het commando “vooruit” ( door de hond met een wedstrijd
of examen net voor de voor uit oefening het sein te geven “ waar is je bal “
weet hij dat de voor uit oefening er aan komt en gaat hij ook direct goed
vooruit)
Als de hond weer de hele afstand
getraind is en goed af gaat bij het eerste commando, kunnen we even wachten,
voor we naar de hond gaan, daarna rustig naar de hond lopen, terwijl hij keurig
af blijft liggen, hierna gaan we deze
oefening doen met de deksel op het putje.
De eerste keren leg je er wat in
en eventueel wat er op.
Als je bij de hond komt goed
belonen en een spannend spel maken ven de beloning uit het putje halen ( deksel
optillen)
Op dit moment heb je een hond die
staat te springen om vooruit te mogen en in een rechte pijl vooruit gaat en op
het eerste commando aflegt.
Nu komt het laatste en een van de
moeilijkste onderdelen van deze oefening en dat is het afleggen op commando.
Voor een examen reikt dit wel, de
hond gaat goed vooruit maar gaat meestal pas bij het tweede of derde commando
af omdat hij zijn beloning zoekt.
Het afleggen op het eerste commando
leer ik het liefste gewoon tijdens het uitlaten van de hond aan.
Dit gaat als volgt; als de hond
naar je toe loopt en nog een meter of drie bij je vandaan is geef je een snel
en duidelijk commando “ af “ hierbij beweeg je, je beide armen naar de grond en
hurk je helmaal door.
Als je dit beide snel doet zal de
hond waarschijnlijk iets schrikken, niks van aantrekken maar door gaan, maak er
een spannend spel van.
Als de hond af gaat blijf je nog
even gehurkt zitten en hou het spannend door met spanning in je stem heel
langzaam te belonen, ineens spring je op met het commando “ vrij “ en geef de
hond zijn bal of een hondenkoekje en
spring gewoon wat met hem rond.
Dit een paar maal herhalen en pas
op het trainingsveld toepassen als de hond bij een snel en kort commando
(spanning in de stem) “ af “ ook snel afgaat.
Deze oefening duurt het langst om
hem er goed in te krijgen.
Maak van deze oefening een
spannend spel waarbij de hond op het commando snel af moet en dan met
(positieve) spanning op de volgende commando’s wacht.
Als dit er goed inzit ga je dit op
het veld proberen en als hij daar ook goed en snel afgaat, ga je dit bij het
voor uit sturen gebruiken.
De eerste keren een paar meter
voor uit sturen en dan commando “ af “
en dan gaan variëren in afstand.
In het begin als de hond keurig af
gaat, laat je hem even liggen weer de spelspanning opbouwen en hem met het
commando vooruit gewoon doorsturen en verder af werken.
Hierin ga je variëren door de ene
keer de hond vooruit te sturen en halverwege af te leggen, en dan de ene keer
door te sturen en de andere keer naar de hond te gaan hem aan de voet te roepen
en hem dan toch weer vooruit te sturen.
Nu heb je een hond die snel
vooruit gaat en op commando daar afgaat waar jij wilt, vaak blijft de hond dan
ook met zijn kop naar het eind afleggen omdat hij niet weet of hij doorgestuurd
wordt of niet.
Altijd heel consequent trainen en
geen dwang gebruiken.
In de toekomst wil ik eens gaan
kijken of dit ook met de clicker wil
Het stuk is helaas wel lang
geworden, in de praktijk is dit in een paar maanden goed aan te leren.
Veel plezier en de sportgroeten
van Joost Peschier.
![]()
|
Ga terug naar Training index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |