De vachtkleur
Tekst: P.M.J. Nefs, bron: de duitse herdershond; 1990
Deel [2]
De kleur zwart is recessief ten opzichte van zwart-geel (bruin). Zwart gecombineerd met zwart levert uitsluitend zwarte honden op. Wolfsgrauw domineert over zwart-geel, zodat we het volgende kunnen opstellen:
We hebben hier te maken met multipele allelen. Alle drie de kleurvariëteiten kunnen op dezelfde locus liggen, doch slechts twee tegelijk. Wanneer de hond fokonzuiver (heterozygoot) en slechts één tegelijk wanneer de hond fokzuiver (homozygoot) is. Ingeval van heterozygotie is slechts die kleur zichtbaar die domineert over de andere.
Daar er verschillende nuances in bovenstaande kleuren zijn aan te duiden, zijn ook andere genen van invloed op de kleur, evenals het milieu.
| genen afkortingen in voorbeeldtabel:
G = Wolfsgrauw |
kleur afkortingen in voorbeeldtabel:
gr = wolfsgrauw |
| genenparen ouder 1 en ouder 2 | wat zie je (kleur ouders) | wat krijgen de pups voor kleur | g'g' x g'g' | zw x zw | 100% zw | gg' x gg' | zg x zg | 75% zg 25% zw | gg' x g'g' | zg x zw | 50% zg 50% zw | gg x g'g' | zg x zw | 100% zg | gg x g'g | zg x zg | 100% zg | gg x gg | zg x zg | 100% zg | boven opties zonder faktor grauw onder opties met faktor grauw |
GG x GG | gr x gr | 100% gr | Gg x Gg | gr x gr | 75% gr 25% zg | Gg x gg | gr zg | 50% gr 50% zg | Gg x Gg' | gr x gr | 75% gr 25% zg | Gg x g'g' | gr x zw | 50% gr 50% zg | Gg'x Gg | gr x gr | 75% gr 25% zg | Gg' x gg | gr x zg | 50% gr 50% zg | Gg'x Gg' | gr x gr | 75% gr 25% zw | Gg'x g'g' | gr x zw | 50% gr 50% zw | Gg' x gg' | gr x zg | 50% gr 25% zg 25% zw |
Het gebruik van de letter G is louter illustratief en komt niet overeen met de internationaal gebruikte letters om kleurloci aan te duiden.
Genetisch bezien bezit de hond met de roestbruine aftekening dezelfde factor die verantwoordelijk is voor het feit dat hij een dek heeft met aftekeningen als de hond met de lichtere (gele) aftekening, doch modifiers oefenen een andere invloed uit. Omdat de aanwezigheid van modifiers verloopt volgens de regels der erfelijkheid moet de fokker streven zoveel mogelijk te fokken met donkere honden.
De zogenaamde "wildstreep" over de rug (vaker bij teven) behoeft geen aanduiding te zijn voor pigmentverlies doch wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van bepaalde genen die dit kenmerk veroorzaken.
Bij de bespreking van de multipele allelenreeks: wolfsgrauw - zwart/geel - zwart stond de aanduiding zwart in feite voor het bi-colour-gen. Onder bi-colour (ook wel black and tan) wordt verstaan: zeer uitgebreid zwart met slechts aftekeningen aan borst, wenkbrauwen, voeten en het onderste gedeelte der poten. De geheel zwarte DH is een bi-colour die onder invloed staat van een gen uit de zgn. E-reeks
Ter verduidelijking van het een en ander onderstaand schema waarin vermeld staat welke genen voorkomen op de verschillende kleurloci bij de DH. De dominantie verloopt van boven naar beneden:

Opm. 1: Op het gen ay (wildkleur) zijn modifiers van invloed evenals andere genen van de A- of agouti reeks.
Opm. 2: De witte kleur komt, hoewel niet gewenst, toch voor. Er zijn fokkers die zich erop toe leggen deze kleur te fokken. Daar wit recessief is t.o.v. kleur valt dit natuurlijk niet al te moeilijk, indien men het zuiver foktechnisch bekijkt. Overigens hebben deze witte honden zwarte neuzen, donkere ogen en ook rose neuzen. Albino's zijn nog minder gewenst dan de witte exemplaren. Honden die regelmatig witte of albino's nakomelingen voortbrengen kunnen beter niet voor de DH fok gebruikt worden. De meeste witte honden hebben echter toch een zweem van geel in hun vacht, hetgeen genetisch zeggen wil dat ze niet allel: cd/cd (wit-wit), bezitten doch cch/cch (chinchilla-chinchilla) of cch/cd (chinchilla/wit).
Ingezonden via mail
Opm. 3: De dd-factor houdt geen degeneratie in, uitsluitend kleurverandering, dit in tegenstelling met bb, de factor voor de bruine grondkleur, die tevens verminderde levensvatbaarheid inhoudt in de meeste gevallen. De zgn. "Bläulinge" bezitten de factor dd. De mening dat pigmentverlies altijd gepaard zal gaan met degeneratieverschijnselen zoals doofheid, gevoeligheid voor ziektes etc. blijkt voor het grootste gedeelte onjuist.
Opm. 4: De Int-reeks heeft geen volledige dominantie, vandaar hier apart vermeld:
Tot slot nog iets over de vererving van lang(stok)haar:
Je kunt niet aan de hond zien of hij fokzuiver is. Er is een test.Kruis een stokhaar met een langhaar. Als je dan een nest hebt van 6 pups en er zijn geen langhaar dan is de stokhaar fokzuiver.Men noemt dit een proefparing. Indien een veel gebruikte dekreu nog nooit langhaar heeft gegeven mag men veronderstellen dat de reu fokzuiver is.Het merendeel van onze honden is fokonzuiver.
Een hond met langhaar werkt overigens niet slechter dan een stokhaar.
Over het vererven van de kleur wit staat dat deze kleur recessief is en dus niet moeilijk om het zuiver te fokken. Helaas moet ik u teleurstellen. Als de kleur wit inderdaad recessief zou zijn, zouden er andere resultaten uit een dekking met een spierwitte moeder en een pikzwarte vader moeten komen. Namelijk alle honden zwart als de vader homozygoot zwart is of driekwart gekleurde en eenvierde wit als de vader heterozygoot is Dit daar uw site ervan uit gaat dat een zuiver witte hond altijd homozygoot recessief is.
Doch helaas, de natuur doet het anders. Een dekking van een spierwitte teef en een pikzwarte reu in Nederland leverder een antal vuilwit met zwartgemelleerde zadel en masker honden en een aantal wolfsgrauwe honden in hetzelde nest. Hieruit blijkt dat de vader in ieder geval een gen voor zadel en masker bezit, niet te zien door het zwart. Dus de vader is heterozygoot zwart. Maar zou in dat geval dus dominant de kleur bruin of geel moeten vererven over de recessieve kleur wit en de kleur zwart.
Helaas. De honden met een dek hebben een zeer vale kleur en poten bijvoorbeeld zijn meer wit dan geel. En de wolfsgrauwe zijn duidelijk een mengkleur.
Dat is dus ook wat de kleur wit doet bij vererving. Het ontkleurt en er komen dus niet zomaar witte honden. Het is zelfs zo dat er in een nest van 2 witte ouders ook gele honden kunnen voorkomen. Of zoals u al schrijft, honden met een vuilwitte vacht of honden met een wildkleur op de rug en oren. Dit afhankelijk van het feit of de witte ouders toch een gen voor zadel en masker bezitten. Twee spierwitte honden geeft dus geen garantie dat er ook zuiver wit in alle nesten zit. En is dus niet zo gemakkelijk te fokken als u stelt op uw site.
Verder komen er inderdaad ontkleurde neuzen voor bij de kleur wit, maar helaas, dit komt ook voor bij gekleurde duitse herders. Evenals weinig pigment aan de oogranden en lippen wat zowel bij de witte als de gekleurde exemplaren voorkomt. Dit pigment vererft namelijk los van de kleur. Ook bij de witten is het de bedoeling dat het pigment van neus, voetzolen, oogranden , lippen en gehemelte gewoon zwart is. Er komen zelfs honden voor met een zwarte pigmentvlek op de tong (komt ook bij gekleurde honden voor)
Met vriendelijke groet,
Regina Hoegee
Kennel Reginahof's
http://www.reginahofs.nl
Int-aftekening wordt verdund tot vuil wit
Intm: aftekening wordt verdund tot licht-geel
Int: geen verdunning.
Vanwege de incomplete dominantie kennen we zes verschillende verdunnings-factoren in de Int-reeks.
l = gen voor langhaar L = gen voor stokhaar
LL = fokzuivere stokhaar ll= fokzuivere langhaar Ll fokonzuivere stokhaar
LL x LL alle nakomelingen LL
ll x ll = alle nakomelingen ll dus lang(stok)haar Daarom mag men niet fokken met langhaar.
LL x ll Statistisch 50% fokonzuiver 50%lang(stok)haar
LL x Ll LL, Ll, LL,Ll dus geen enkele langhaar wel fokonzuiver
Ll x Ll LL Ll, lL, II Hier heb je dus de mogelijkheid van lang(stok)haar
Ik schat dat omstreeks 15 % van de geboren pups langhaar zijn.Gelukkig is er een goede vraag naar Langhaar bij de liefhebbers.
Langhaar vormen geen probleem en kunnen geweldige honden zijn.
Vaak hebben nesten met LH pups ook pups met prachtige ruige stokhaarbeharing.
|
Ga terug naar artikel- index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |