Bij de akker zijn er verschillende gradaties te herkennen. Je hebt de pas geploegde akker, die zeer grof en korrelig van structuur is. Hij is vaak begeven met grove aardplakken. Het meest kom je dit type akker in de herfst tegen. De boeren ploegen dan hun akker, en de komende vorst maakt het vaak nog losser. Dan heb je nog de akker van fijne structuur. Dit is de ideale trainingsgrond voor de jonge hond. Maar kijk uit boeren zijn er niet altijd van gediend als je hierop gaat speuren. Vaak hebben ze namelijk al gezaaid, en er bestaat kans op wat schade voor de boer.
De akker vlak na de oogst, is weer wat moeilijker voor de hond. Hij is meestal hard en weerbarstig, en er staan vaak hier en daar nog stoppels van het gemaaide gewas. Deze oppervlakte moet je alleen met een wat meer ervaren hond gebruiken.
Verder zijn nog de akkers waar net het zaaigoed op begint te komen. Deze akker is de meest optimale om op te speuren, Door de zachte aarde laten de voetafdrukken, en hun geuren zich goed hechten aan de bodem. Sommige honden hebben weleens problemen op kool akkers, daar deze planten een zeer sterke geur afgeven. Ook moet je altijd uitkijken dat de gewassen niet net besproeid zijn met verdelgingsmiddelen. Dit kan bij de hond schade veroorzaken. Je kan dit vaak herkennen als er op een akker verse tractor sporen te zien zijn tussen de jonge aanplant.
Er zijn verschillende gradaties in weilanden, het beste zijn de weilanden in het voorjaar en de herfst. Deze zijn vaak vrij kort en vochtig. Het meest zinvol is het om op altijd op korte weides te trainen. De hond moet hierdoor goed zijn neus gebruiken, en het stimuleert het "diep" speuren. Als je vroeg gaat speuren is er vaak nog dauw in het weiland. Voor een beginnende geleider ook een goede optie om zijn hond direkt te corrigeren als de hond van het spoor geraakt. Het beste blijft om pas het weiland in te gaan als de hond op de akker spoorvast is. Omdat het spoorverloop op het weiland toch moeilijker te zien is voor de geleider is dit het beste i.v.m correcties tijdens de opbouw.
Hoog gras, wat je vaak in mei tegenkomt, dien je zoveel mogelijk te vermijden. Als je hier een spoor legt, beschadig je de grashalmen in het bovenste gedeelte van de plant. Andere grashalmen komen na verloop van tijd weer omhoog. De hond gaat daardoor bij deze condities niet met zijn neus geheel naar de bodem. Het stimuleert hem tot "hoog" speuren, een ongewenste eigenschap.
Pas gemaaide weides zijn weer moeilijker voor de hond. Meestal maaien de boeren naar een landurige periode van droogte. Dit is dus weer terrein voor de meer ervaren hond. Als je echter in de gelegenheid bent om s'morgens heel vroeg op een gemaaide weide te speuren, zou ik dat doen.
In de bosgrond krioelt het van de micro organismen, Ook ligt er voldoende blad op de grond wat aan het verteren is. Deze ondergrond is zelfs voor mensen met onze beperkingen qua reuk vermogen een waarneembare bron van een geuren pallet. Voor de hond is het hier makkelijk speuren. Alleen wordt het bos volgens mij bijna nooit gebruikt op een examen. Het enigste nadeel van het bos zijn de natuurlijke obstakels zodat het moeilijk is om langere rechte "balken" te lopen.
Vanaf het Speurhond I examen moet de hond een weg kruisen, meestal levert dit geen problemen op voor de dan al ervaren, en goed getrainde hond. Meestal weet hij dat het recht oversteken is, en dat daarna meestal een beloning volgt. Het maakt hier niet zoveel uit wat voor wegdek de weg heeft. De hond zoekt zich aan de overkant weer in het spoor in. Ik kom hier later nog uitgebreider op terug.
Het de terrein, oftewel de omgeving waar je speurt is ook nog de moeite waard om te noemen. En dan vooral herkennings punten in dit landschap. Misschien staat er een schuur, een eenzame boom, een hoger gelegen hek, een elektriciteits mast enz. Kortom markante objecten die kunnen dienen als richtpunt en voor orientatie. Van deze hulpmiddelen moet je gebruik maken. Zo kun je voor jezelf beter het verloop van het spoor terug herkennen. Veel mensen hebben er vooral in het begin moeite mee om een rechte balk te lopen. En te onthouden waar de hoeken liggen. Ook is het verstandig, om naar verloop van tijd wat afleiding op het terrein te zoeken voor de hond. Je kunt hier denken aan koeien, paarden, een trein die langskomt enz. Het kan op een examen ook gebeuren, en dan is het maar beter dat de hond hier op getraind is. Ook kan het in dit stadium geen kwaad om eens een spoor te lopen waar ook wat "vreemde" vooorwerpen (stuk hout, stuk ijzer enz.) op liggen, om te kijken of de hond deze inderdaad niet verwijst.
Nog wat algemene zaken, onder de andere (zeer beknopt) de driften van de hond.
Iedereen weet dat je met het vertoon van wat lekkers een hond tot veel in staat kan krijgen. De drift in de hond om dit lekkers te verkrijgen, stimuleert hem om het juiste "kunstje" vertonen wat wij willen zien, en het hem geven. Nou zijn er altijd mensen die vertellen dat hun hond zo slecht eet. Ik ben van mening dat er mits gezond, alleen verwende eters zijn. Honden die de hele dag naar believen wat kunnen knabbelen van de voederbak die er altijd staat. Zo krijg je op den duur minder gretige honden. Ik heb persoonlijk nog nooit een slechte eter gehad. Vandaar dat werken met voer ook de beste resultaten oplevert bij bijna alle honden. Sommige africhters werken met sleepsporen in het begin van de opleiding. Dat wil zeggen dat meestal een stuk orgaanvlees of pens aan een touw over de grond gesleept wordt. Deze methode is af te raden, omdat de hond niet de voetsporen uitwerkt maar enkel en alleen maar de lucht van de pens volgt. Ook zal hij als hem het spelletje duidelijk is als een gek over het spoor denderen om aan het eind te komen, waar hij de beloning (de pens) krijgt. Als je later hoeken inbouwt is de kans ook groot met deze methode dat hij ze overloopt.
De jacht bedrijft de hond met al zijn zintuigen. In de eerste plaats de reuk, het vluchtende wild, zal snel gaan zweten. De zweetgeur hangt in de lucht, en al vluchtend komt dit zweet ook in aanraking met takken, struiken enz. De hond hoeft hier dus niet eens diep te gaan om het spoor te kunnen volgen. Bij jachthonden kan het wild ook aangeschoten zijn, waarbij bloed ook een spoor voor de hond vormt. En natuurlijk blijft er de bodembeschadiging waarvan de hond gebruik kan maken om zijn prooi op te sporen. Het ligt er aan in hoeverre de hond het wild kan zien of horen, dan zal hij op deze zintuigen afgaan.
Als buit kun je een balletje of een favoriet speelgoedje van de hond gebruiken. Nadeel is dat je hiermee de hond alleen aan het einde van het spoor beloont. Een combinatie van voer op het spoor, en aan het eind de bal, en dus spel is ook een goed alternatief.
We moeten de hond dus motiveren en stimuleren om het spoor uit te werken. In deze handleiding gebruik ik voer als belangrijkste motivator. De ene hond is nou eenmaal een betere eter als de andere, dit betekend niet dat met de gretigste honden de beste resultaten te behalen zijn. Hebben we een hond die slecht te stimuleren is door het voer op het spoor, Je zou hem de avond ervoor niets kunnen laten eten, dit heeft voor de gezondheid van de hond geen effekt. Hij kan makkelijk die maaltijd missen. Aan de andere kant als de hond te gretig is op voer, kan hij als een dolle over het spoor gaan. Dit type zou je een tijdje voor het speuren best een lichte maaltijd mogen geven.
Het beste is de hond te belonen op het moment dat hij goed werkt. Dit kan het beste met voer. We moeten voer nemen wat de hond niet hoeft te kauwen maar snel weg kan slikken. Het beste voor beginnelingen zijn stukjes (honden)worst of kaas. Neem in het begin soorten die ook goed geur afgeven. De grootte van de blokjes kunnen in het begin wat groter zijn naar verloop van tijd kun je deze reduceren ter grootte van een (pink)nagel van je vinger.
Omdat de omstandigheden bij het speuren steeds weer verschillen. Kan het ook handig zijn een speurlogboek bij te houden van de hond waarbij je zijn vorderingen bij houdt.
zaken die je zou kunnen beschrijven per training zijn o.a.:
![]() |
![]() |
![]() |
| TERUG- | INDEX- | VERDER |