De weersomstyandigheden spelen bij het speuren een zeer belangrijke rol. De belangrijkste faktoren zijn:
wind, temperatuur, regen, mist, sneeuw, ijs en luchtvochtigheid.
Het beste kun je met een jonge hond beginnen bij zo weinig mogelijk wind. Dan blijven namelijk de verschillende geuren optimaal "hangen"boven het spoor. Bij meer wind verwaaien deze snel, en is de jonge hond geneigd deze verwaaiing te volgen en van het spoor te geraken. Dit moeten we vooral in het begin zoveel mogelijk vermijden. Maar helemaal winstil is het bijna nooit. En daarbij komt ook nog dat de windsnelheid vlak boven de bodem ook weer anders is als op 50 cm hoogte. Er kunnen ook winddraaingen zijn, die ook ongunstig zijn voor het uitwerken van het spoor. Ook moet je het spoor voor een jonge hond "met de wind mee" leggen. Zo wordt de geur van het voer op het spoor van de hond weggewaaid. Zou hij tegen de wind in speuren, dan zouden die voer geuren direkt in zijn neus waaien, en waarschijnlijk zal de jonge hond dan niet meer "diep" speuren, maar eerder over het spoor heen denderen.
Om de windrichting vast te kunnen stellen, kun je wat meel vlak over de bodem met een blaasbalg verstuiven. Samenvattend kun je zeggen dat windstilte het speuren positief beinvloed, veel wind doet het tegenovergestelde.
De temperatuur speelt ook een belangrijke rol. In de eerste plaats heeft de temperatuur invloed op de hond. Grote hitte kan de hond behoorlijk parten spelen. En vooral bij duitse herders met een zwart dek wordt de zonnestralen geabsorbeerd door de donkere kleur. En omdat de hond alleen maar via zijn tong kan zweten, zal hij met de bel open speuren. Temperaturen kunnen zich zowel positief als negatief op het gelegde spoor uitwerken. Als we over de bodem lopen, worden plantendelen met mikro-organismen, plat getrapt om deze te laten verwelken en geur te doen afgeven is warmte nodig. Des te warmer des te meer wordt die geur aan de omgeving afgegeven. Nadeel is dat er bij dit weertype deze geuren ook weer snel vervlogen zijn. Het kan ook bij grote hitte voorkomen dat het verteer proces onderbroken wordt. Hier verdampt het water in de plantendelen en organismen. Onder deze ongunstige omstandigheden kunnen de spoor geuren al naar 1 uur verdwenen zijn. Pas als de vochtigheid toeneemt kan het verrottingsproces verder gaan. Bij koude temperaturen gaat dit proces zeer langzaam. Er wordt dus minder geur afgegeven, maar het spoor blijft langer "vers".
Regen beinvloed het speuren gunstig. Het verteringsproces van de planten gaat sneller, en lichte of motregen bevordert ook de spoor geur. Sterke regen of plensbuien kunnen er weer voor zorgen dat het spoor verregend.
Mist is eigenlijk niets anders dan, een hoge luchtvochtigheid die condenseert. Een spoor uitwerken voor een ervaren hond bij mist, is een "eitje"voor hem. Dit is de meest ideale speur omstandigheid.
Met de luchtvochtigheid is het net als bij de mist. Des te hoger de luchtvochtigheid des te meer geuren. Het verteringsproces verloopt snel, dus de geuren zijn ook hier sneller verdwenen.
Alhoewel steeds zeldzamer in Nederland, heeft sneeuw een gunstige invloed op het speuren. Belangrijk is wel of de sneeuw gevallen is voor het uitlopen van het spoor of erna.
Een spoor wat op een sneeuwdeken is gelopen, is een zeer makkelijke opgave voor de hond.
Bij de VH/IPO/Sch I,II en III sporen is dit ook niet toegestaan. Een Sph I of II spoor mag bij een examen ook niet afgezocht worden. Dit is voor een ervaren speurhond te makkelijk.
Men zou ook niet teveel met deze zichtsporen moeten trainen, de hond gaat teveel op het zicht speuren en dat is niet de bedoeling.
Anders wordt het als het al gelegde spoor onder sneeuwt, het spoor blijft onder de sneeuw zeer lang vers. Voor de hond is dit een uitdaging, hij moet kan niets meer zien, hij moet puur werken op de geur die de sneeuw doorlaat.
Maar een hond die gewend is te werken met de neus, komt ook hier aan het eind.
Ijs en vorst werken ook positief op het speuren. Het is hier te vergelijken met de sneeuw. Je moet er wel rekening mee houden dat de bodembeschadiging zeer gering is door de harde oppervlakte. Als de vorst in de grond zit krijg je op een akker deze moeilijk kapot met je laarzen. Beter is het dan onder die omstandigheden een weiland op te zoeken. Tenzij de hond meer ervaren is, dan kan hij dit wel aan.
Samenvattend: Om het verteringsproces op te gang te brengen hebben we luchtvochtigheid en warmte nodig. Des te warmer en vochtiger des te meer geuren. De geuren vervliegen echter ook weer snel. Belangrijk is nog te weten dat het verteringsproces na ongeveer 15 tot 20 minuten begint.
![]() |
![]() |
![]() |
| TERUG- | INDEX- | VERDER |