TIPS & TRUCS

TIP 1

Het komt weleens voor dat er wat drift opgebouwd moet worden. hulpmiddel kan de voedselvoorraad aan het einde van het spoor zijn. Als de hond staat te eten houden we hem kort aan de lijn. Als de hond bijna klaar is, trekken we hem weg, zodat er zichtbaar nog 2 of 3 brokjes liggen. We trekken de hond langzaam weg, hij zal tegen stribbelen en naar het voer willen. De hond mag niet meer met de neus op de grond, en we doen hem in de auto. De drift die je nu opbouwt, zal zijn effect hebben in de volgende trainingssessie.

TIP 2

Om de drift wat te verhogen, kun je ook over de buitdrift wat doen. Dit doen we weer aan het eind bij het veelbesproken voedsel voorraadje. We werken dan met buit en voedsel drift.

Als de hond nog staat te eten, maken we hem attent op bijvoorbeeld de bal (een motiverings object), De hond zal je scherp in de gaten houden en gretiger gaan eten, die bal wil hij immers ook wel. Je moet nu proberen over de buitdrift t.o.v. de bal de hond bij het voer weg te krijgen. Reageert hij op de bal, gooi deze dan direct weg. Hij zal de bal halen, waarschijnlijk weer terug naar het voer gaan en verder eten. Zolang het voer niet op is, kun je dit spel herhalen.

Maar kijk uit, heb je al een zeer temperamentvolle hond in handen, die al wat stormachtig speurt, moet je hier absoluut niet aan beginnen.

TIP 3

Als je de hond goed kent, kun je ook van zijn natuurlike reflexen gebruik maken op het spoor. Je kunt het sneller of langzamer speuren enigzins beinvloeden. Wordt de hond wat langzamer, zet dan wat spanning op de lijn. Reflex van de hond = trekken. Gaat het te snel, laat de lijn dan zonder spanning. Reflex = minder stormachtig.

TIP 4

Vaak wordt kort voor de passage over de weg bij het Speurhond examen, een hoek gelegd door de spoorlegger. Als de hond dit niet getraind heeft, gaat hij vaak te vroeg al over de weg. Train hoeken op 1 tot 3 meter voor de weg.

TIP 5

Als je een verleidingsspoor wil leggen en je weet niet meer goed, hoe het vaste spoor exact ligt. Kun je bij het uitlopen van het vaste spoor, een takje in de grond plaatsen waar later het verleidingsspoor moet kruisen. Beter is het om natuurlijke objecten te zoeken (een molshoop, een hoge struik, een grote steen enz.).

TIP 6

Het komt nogal eens voor dat de hond bij het afliggen bij het voorwerp, alweer begint te snuffelen en te kruipen richting volgende voetstap en dus brokje. Leg dan in de twee voetstappen na het voorwerp geen voedsel.

TIP 7

Als de hond te stormachtig na de voorwerpen verder wil speuren. Leg dan kort na het voorwerp in een voetstap wat meer voedsel, dit remt hem meestal wel.

TIP 8

Minder is meestal meer

Oefen niet te lange sporen, door eindeloze oninteressante balken te leggen, verliest de hond snel motivatie. Zorg daarintegen voor korte afwisselende sporen. Met veel hoeken, voorwerpen, verleidingen enz. maar laat die eindeloze rechte stukken achterwege.

Meer is meestal minder

Doe korte, en veel trainingssessies. Denk aan het appèl, hou de drift hoog en de motivatie hoog.

TIP 9

Als de hond goed voorwerpen verwijst, kun je ook een spoor lopen zonder voedsel in de voetstappen. Alleen nog maar voer bij het voorwerp. En leg om de 5-6 passen een voorwerp. En zo gauw de hond verwijst gooi je wat voer op het voorwerp. De hond wordt zo super bekrachtigd bij de voorwerpen. Het voorraadje voer op het eind blijft natuurlijk ALTIJD.

TIP 10

Kraaien of meeuwen hebben al het voer op het spoor opgevreten. Dan kun je niets anders doen dan Tip 9 volgen. Dus voer bij het verwijzen op het voorwerp gooien. Je kan ook nog met de linkse hand wat voer op het voorwerp gooien, de hond is even afgeleid op het voer. Ondertussen gooi je met rechts wat brokjes voer in de volgende voetstappen op het spoor na het voorwerp.

TERUG- INDEX- VERDER