REGLEMENT VDH (deel 2)

D: UITWERKING EN BEOORDELING

De volgorde van uitwerken voor de VH II, III en SpH wordt, na het uitleggen van het spoor, door de keurmeester of examenleider middels loting bepaald. Het melden van de geleider gebeurt met de hond in de basispositie waarbij de hond speurgereed is. De geleider geeft aan of de hond de voorwerpen opneemt of verwijst.

Aanzet:

De geleider dient zijn hond rustig naar de aanzet te brengen. ledere dwanginwerking is hierbij niet toegestaan. De geleider moet, in de directe nabijheid van de hond, de hond tot speuren aanzetten. Ook bij hernieuwd aanzetten na het vinden van een voorwerp. (Men mag dus niet een eind achter de hond gaan staan en hem zo aanzetten). Enige speelrumte in de lijn moet aan de geleider worden toegestaan. De hond moet bij de aanzet intensief en rustig de lucht van het spoor opnemen. De opname van lucht dient zonder hulp van de geleider te geschieden (m.u.v. het hoorteken "zoek"). De aanzet is niet aan tijd gebonden. De hond moet, na goede luchtopname, met het uitwerken van het spoor beginnen. ( Na vier aanzetpogingeningen aan het begin van het spoor, moet het speuren worden afgebroken.
Een NIEUWE AANZET in het verdere verloop van het spoor is bij geen enkel examen toegestaan, behalve binnen 15 meter, na de aanzet bij het speurpaaltje, bij het Sph I examen onder aftrek van 4 punten.
Van een nieuwe aanzet is alleen sprake wanneer de geleider de hond aan de voet neemt en hem aan de halsband of verkorte lijn opnieuw aanzet. Bij een nieuwe aanzet moet het examen, voor dit onderdeel, worden afgebroken.

Heeft de hond lucht opgenomen en hij begint het spoor uit te werken dan dient de geleider te blijven staan, totdat de volle tien meter van de lijn zijn uitgelopen of totdat de volle tien meter afstand is bereikt. Vroegtijdig meelopen is foutief.

Het zoekwerk

De hond moet, een diepe neus, intensief het spoor gelijkmatig volgen. Een snel of langzaam tempo tijdens het zoeken is geen criterium b!j de beoordeling zolang het spoor gelijkmatig en overtuigend uitgewerkt wordt. De speurlijn mag doorhangen maar niet lot een te grote verkorting van de speurafstand leiden. Hel aanraken van de grond met de speurlijn is niet fout.

De hoek:

De hoek moet zeker worden uitgewerkt. Het overtuigen, zonder het spoor te verlaten, is NIET fout. Cirkelen op een hoek is foutief. Na het uitwerken van een hoek moet de hond in gelijkmatig tempo verder zoeken.

Verwijzen en opnemen van de voorwerpen:

Het verwijzen van de voorwerpen dient overtuigend in de zoekrichting en onmiddellijk bij hef voorwerp te geschieden. Licht scheef liggen is niet foutief. Zijdelings verwijzen of sterk draaien van de hond naar de geleider is foutief. Voorwerpen die met sterke hulp van de geleider verwezen of opgenomen worden, gelden als zijnde niet gevonden. Het verwijzen van de voorwerpen mag staand, zittend of liggend of gekombineerd plaatsvinden.

Opnemen en verwijzen is foutief.
Opnemen van een voorwerp kan staand, zittend of door het naar geleider toe lopen plaatsvinden. Oppakken en doorlopen met het voorwerp of opnemen met afleggen is foutief. Als de hond het voorwerp brengt dan mag de geleider de hond niet tegemoet lopen. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft dan moet deze het voorwerp zonder geleiderhulp direct opnemen of overtuigend verwijzen. Opnemen en verwijzen is foutief. De geleider dient direct de lijn te laten vallen en begeeft zich direct naar zijn hond. Gevonden voorwerpen worden, door het omhoog houden, aan de AK getoond.
Bij het afnemen en tijdens het hooghouden van het voorwerp moet de geleider naast de hond staan. De hond moet tot hij weer wordt aangezet, rustig in de verwijs of opnamepositie blijven. Vanuit deze positie wordt hij weer met korte lijn aangezet. Verwist een hond een niet neergelegd voorwerp (vals voorwerp) of onderbreekt hij het speurwerk bijvoorbeeld door te gaan liggen, zitten of staan, dan is dit foutief en wordt met puntenaftrek bestraft.

Speurt de hond na een commando van de geleider vanaf een afstand van 10 meter weer verder dan worden er slechts 2 punten in mindering gebracht. Dit wordt dan niet als vals verwijzen gerekend. Gaat de geleider echter naar zijn hond toe dan wordt dit wel als vals verwijzen aangemerkt en met 4 punten bestraft.

Het verlaten van het spoor

Wordt het verlaten van het spoor door de geleider verhinderd dan geeft de AK de geleider de opdracht zijn hond te volgen. De geleider dient aan de opdracht gehoor te geven. Het speuren dient te worden beëindigd indien de hond het spoor meer dan een lijnlengte of bij de vrij speurende hond meer dan 10 meter verlaat of wanneer de geleider de opdracht om de hond te volgen, niet opvolgt.

Speurhonden verleidingsspoor

De hond kan een verleidingsspoor tot 10 meter volgen. Verlaat de hond echter het hoofdspoor met meer dan 10 meter (lijnlengte) dan moet het zoeken worden afgebroken.

Wild:

Gaat de hond na het opnemen van een wildgeur over in jachtdrift dan mag de geleider de hond het commando "af" geven, om de hond weer gehoorzaam te maken. Op aanwijzing van de keurmeester wordt de hond opnieuw aangezet. Lukt dit niet, dan moet het speuren worden afgebroken.

Belonen:

Het zo nu en dan loven van de hond en het geven van het commando "zoek" is toegestaan. Met uitzondering op de hoeken, en bij het vinden van het voorwerp.

Afmelden:

Na de beëindiging van het speuren moeten de gevonden voorwerpen aan de AK worden getoond. Het spelen of voesel geven na het laatste voorwerp en voor het afmelden is niet toegestaan. Het afmelden dient met de hond in de basispositie, te geschieden.

Waardering:

Foutief aanzetten, dralen, veelvuldig cirkelen op de hoeken, constante aanmoedigingen, niet correct opnemen of verwijzen, vallen laten van het voorwerp, etc. worden met 4 punten aftrek bestraft.
Herhaald aanzetten, sterk dralen, speuren met overwegend hoge neus, stormachtig speuren, zich ontlasten, muizen vangen enz. heeft aftrek tot 8 punten tot gevolg.
Voor niet gevonden voorwerpen worden de voorgeschreven punten niet gegeven.

E: BEOORDELING

Beoordeling VH I en II
1e balk inclusief de aanzet 27 punten
2e balk inclusief de 1e hoek 27 punten
3e balk inclusief de 2e hoek 26 punten
ieder voorwerp 10/10 20 punten
100 punten
Beoordeling VH III
1e balk inclusief de aanzet 16 punten
2e balk inclusief de 1e hoek 16 punten
3e balk inclusief de 2e hoek 16 punten
4e balk inclusief de 3e hoek 16 punten
5e balk inclusief de 4e hoek 16 punten
ieder voorwerp 7/7/6 20 punten
100 punten
Beoordeling Sph I
1e balk inclusief de aanzet 12 punten
2e balk inclusief de 1e hoek 12 punten
3e balk inclusief de 2e hoek 12 punten
4e balk inclusief de 3e hoek 11 punten
5e balk inclusief de 4e hoek 11 punten
6e balk inclusief de 5e hoek 11 punten
7e balk inclusief de 6e hoek 11 punten
ieder voorwerp 5/5/5/5 20 punten
100 punten
Beoordeling Sph II
1e balk inclusief de aanzet 10 punten
2e balk inclusief de 1e hoek 10 punten
3e balk inclusief de 2e hoek 10 punten
4e balk inclusief de 3e hoek 10 punten
5e balk inclusief de 4e hoek 10 punten
6e balk inclusief de 5e hoek 10 punten
7e balk inclusief de 6e hoek 10 punten
8e balk inclusief de 7e hoek 10 punten
ieder voorwerp 3/3/3/3/3/3/2 20 punten
100 punten

TERUG- INDEX- VERDER