REGLEMENT VDH (deel 1)

A: UITVOERINGSBEPALINGEN

Examen Lengte (passen) Sporenlegger Tijdsduur (min.) Hoeken Verl. spoor
VH I 350-400 eigen spoor 20 2 n.v.t
VH II 600 vreemd spoor 30 2 n.v.t.
VH III 800 vreemd spoor 60 4 n.v.t.
Sph I 1000-1400 vreemd spoor 180 6 na 30 min.
Sph II 2000 vreemd spoor 180 7 na 150 min

1: Algemeen

Bij alle sporen is het wisselen van de grondsoort in het spoor mogelijk. Hey uitwerken van een VH spoor moet naar 20 minuten. Een Sph-I na 30 minuten. En een Sph-II na 40 minuten. van de aanzet beëindigd zijn. Een hond die wordt afgefloten, kan voor wat het dit onderdeel betreft, niet slagen. Ongeacht het tot dan toe, aantal behaalde punten.

2: Speurgeschikte ondergrond

Alle natuurlijke bodemsoorten zoals weide, akker en bosgrond. Zichtsporen moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Bij een gesloten sneeuwdek is het afnemen van een speurhondexamen niet toegestaan.

3: Speurvoorwerpen

Op een spoor moeten verschillende soorten voorwerpen liggen. Qua kleur mogen ze niet teveel van het terrein verschillen. En de grote van een portefeuille niet overschrijden.
Materiaal: Leer, kunstleer, textiel, wol en hout.
Bij VH II,III en speurhond moet de spoorlegger, voor het uitleggen van het spoor de voorwerpen minstens 30 minuten bij zich dragen.
Bij VH I mogen eigen voorwerpen worden gebruikt. Men moet erop letten dat ook deze voorwerpen goed lucht van de geleider hebben kunnen opnemen.

De geleider moet de voorwerpen, voor het leggen van het spoor eerst aan de keurmeester tonen. De geleider moet ook meedelen op welk spoorgedeelte hij het eerste voorwerp wil leggen.

B: HET LEGGEN VAN HET SPOOR

Het is de taak van de AK om de vorm van het spoor vast te stellen en de sporenlegger aanwijzingen te geven. Bij het leggen van de VH II en III sporen mag de geleider niet aanwezig zijn. Bij het uitlopen van een VH I spoor moet de hond uit het zicht zijn.

1: Aanzet:

De aanzet moet, door een aanzet paaltje die links van de aanzet is geplaatst, worden aangegeven. De sporenlegger blijft op de aanzet staan. Licht aantrappen is toegestaan. De sporenlegger gaat, in normale wandelgang, in de door de AK voorgeschreven richting. Schuifelen of het onderbreken van het spoor is niet toegestaan.

2: Balken:

Het aantal balken van een spoor komt overeen met het voorgeschreven aantal van het examenreglement.

3: Hoeken:

De hoeken moeten in een normale pas worden gelegd. Er moet echter op worden gelet dat de hond doorlopend moet kunnen zoeken. Het afbreken van het spoor naar de volgende balk mag hier niet mogelijk zijn.

4: Het neerleggen van de voorwerpen:

De voorwerpen moeten tijdens het lopen op het spoor worden gelegd. Bij het neerleggen van het laatste voorwerp aan het eind van het spoor moet de sporenlegger nog enkele stappen in rechte lijn door lopen.

VH I:

Het eerste voorwerp wordt naar keuze van de geleider op het midden van de eerste of tweede balk van het spoor gelegd. Het tweede voorwerp wordt aan het einde van het spoor gelegd.

VH II:

Het eerste voorwerp wordt in het midden van de tweede balk op het spoor gelegd. Het laalste voorwerp aan het eind van het spoor.

VH III:

Het eerste voorwerp wordt na 100 pas (eventueel op de tweede balk), het tweede voorwerp op de 2e of 3e balk en het laatste voorwerp aan het einde van het spoor gelegd.

Speurhond 1:

Het eerste voorwerp wordt op zijn vroegst na 250 pas (1e of 2e balk) en voorwerp 2 en 3 op AK aanwijzing en het laatste voorwerp op het einde van het spoor gelegd.

Speurhond II:

Aan SpH II moet nog een afzonderlijk hoofdstuk besteed worden.

C: SPEURMOGELIJKHEDEN

Bij het uilwerken van het spoor zijn toegestaan:
A) Halsketting
B) Speurluig
C) Vrij zoeken

De halsketting:

De halsketting mag niet op slip/strop staan. Bij het bevestigen van de lijn moet de lijn over de rug of zijdelings langs de hond of tussen de voor en/of achterpoten lopen.

Het speurtuig:

Toegelaten zijn de volgende speurtuigen; Een borsttuig
Het Böttger-speurtuig
Men moet de lijn aan de hiervoor gemaakte ring bevestigen zonder verbinding met de halsband (met uitzondering van hel Böttger-speurtuig). Bij het Böttger-speurtuig moet men er op letten dat de borstriem niet over de weke delen van de hond is aangebracht. Het aanbrengen van andere riemen is niet toegestaan.

Speurlijn:

De speurlijn moet minimaal 10 meter lang zijn. De controle van het speurtuig en lijn vindt, voor aanvang van het examen plaats door de AK. Rollijnen zijn niet toegestaan.

Vrij zoeken:

De afstand van minstens 10 meter tussen hond en geleider moet worden aangehouden.

TERUG- INDEX- VERDER