Revieren; Sporthond vs. Diensthond.

 

Regelmatig ontvang ik vragen over mijn opmerking "Bark and Die" in het artikel "Een sporthond is geen diensthond". In dit artikel wil ik hier iets dieper op ingaan.

 

Ik ben van mening dat het revieren naar een vermoedelijke dader een van de gevaarlijkste opdrachten is die we aan een diensthond kunnen geven. Immers, niemand weet wat de hond te wachten staat! Dit impliceert dat de diensthond perfect op deze taak moet zijn voorbereidt. En wel op zo'n manier dat de risico's van het revieren tot een minimum beperkt worden.

 

Laten we eerst eens kijken naar het revieren in de sportafrichting.

De hond werkt netjes de verstekken af totdat hij de helper heeft gevonden. Dan moet hij direct en aanhoudend beginnen te blaffen. Hoe dichter hij bij de helper komt en hoe intenser hij deze uitdaagt des te meer puntjes de keurmeesters zullen geven. De hond heeft tijdens de training geleerd dat hij op deze manier de helper kan uitdagen tot een gevecht of tot de vlucht. Op het moment dat de helper zich beweegt mag de hond direct inbijten op het mouwtje. De hond is hier dan ook volledig op gefixeerd. Hij reageert dus niet op de helper in persoon. Er is geen bedreiging voor de hond. Het enigste dat er gebeurd is dat zijn actie een reactie van de helper oproept waarbij hij weer lekker in dat mouwtje mag bijten. Als we kijken naar de drive waarin de sporthond zich op dat moment bevindt zullen we in 99% van de gevallen kunnen zien dat dit de prooi-drif is.

 

Ik realiseer mij dat ik een en ander wat simpel voorstel, maar het hopelijk duidelijk.

 

 

Let wel, dit is geen kritiek op de sporthond. Ik ben altijd weer geïmponeerd als ik in de Ring of wat voor ander sportprogramma dan ook, de honden netjes de verstekken zie af werken. Het aanblaffen van de helper soms op slechts enkele centimeters afstand is prachtig om te zien. Maar toch wil ik niet dat mijn hond op deze manier reviert. Want in de dagelijkse praktijk waarin de diensthond moet functioneren kan dit levensgevaarlijke situaties voor de hond opleveren.

 

Het revieren zoals dat door de diensthond moet worden gedaan kent eigenlijk geen echte standaarduitvoering. In allerlei soorten diensthondenprogramma's over de hele wereld worden de revieroefeningen op een vaak andere manier uitgevoerd. In dit artikel beschrijf ik de uitvoering zoals ik die zelf voorsta. Waarbij ik dan onmiddellijk opmerk dat deze uitvoering zeker niet de enige juiste is en dat er andere uitvoeringen zijn die wellicht even goed of nog beter zijn.

 

 

In mijn visie moet de hond de verdachte lokaliseren en dit door blaffen kenbaar maken. Als de verdachte niet probeert te vluchten en geen directe aanval op de hond inzet mag de hond niet bijten maar moet hij op een veilige afstand van de verdachte blijven. De hond zet dus geen aanval in op de verdachte, tenzij dat de geleider hiertoe opdracht geeft. Als veilige afstand geef ik de voorkeur aan ongeveer 2 meter, voor zover dit in de betreffende situatie mogelijk is. Ik geef er de voorkeur aan om de hond niet in een en dezelfde positie te laten. Zolang hij de verdachte maar in het oog kan houden moet de hond blijven bewegen. Dit is niet alleen veiliger voor de hond, maar zal ook minder druk op de verdachte zetten. Hier kom ik straks nog even op terug. (Neem hierbij een de sporthond in gedachten en stel je eens voor hoe jij zelf zult reageren als je in je spijkerbroek en hemd tegen een muur staat met een woest blaffende hond op 2 centimeter afstand van jouw familiejuwelen.)

 

Trainen van het revieren is een zeer belangrijk onderdeel binnen de diensthonden africhting. Immers de hond moet op allerlei manieren worden voorbreidt op de werkelijke situatie. Dit vereist een zeer levendige fantasie van de trainer en de helper. Immers, in de praktijk zijn er maar heel weinig verdachten die er net zo uit zien als een pakwerker, of die net zo beheerst zijn als een pakwerker. En wat misschien nog wel belangrijker is, in de praktijk zal de verdachte die door de hond is opgespoord altijd in paniek zijn. Hij zal meestal in een fase zitten waarin hij zijn mogelijke kansen bekijkt, zoals, vechten, vluchten of overgeven. Als de diensthond zich dan gedraagt als een sporthond en woest blaffend vlak voor de verdachte staat zal deze hoogst waarschijnlijk denken: "die hond bijt mij toch, dus ik heb maar twee opties, vluchten of vechten." Dit zal zeker het geval zijn bij verdachten die onder invloed zijn van alcohol of drugs. Is die verdachte dan ook nog in het bezit is van een wapen dan zal dit in het merendeel van de gevallen resulteren in een aanval op de hond.

 

Als de hond echter op een veilige afstand van de verdachte blijft, zal dit minder stress bij de verdachte oproepen. Mocht de verdachte toch een aanval op de hond inzetten dan heeft de hond tijd genoeg om hierop te reageren. Iets dat in het eerste geval nauwelijks mogelijk is.

 

Tijdens een lezing voor een sportvereniging (KNPV) over dit onderwerp, werd deze laatste opmerking met veel scepsis ontvangen. Ik heb daarom de volgende test uit laten voeren.

 

De helper / pakwerker heb ik uitgerust met een kwast rode waterverf, en niet in een verstek, maar gewoon tegen de klimschutting laten plaats nemen. Hij moest rustig te blijven staan met beide handen naar beneden terwijl hij dus die kwast verf in z'n hand had. Zijn opdracht was om zodra de hond arriveerde met luide, schreeuwende stem de hond proberen weg te sturen en als dit niet zou lukken de hond met de kwast aan te vallen.

 

De leden van de vereniging kozen 5 honden uit om mijn ongelijk te bewijzen. Onder deze 5 dieren waren 3 honden die het certificaat PH2 hadden behaald.

 

Nadat de 5 honden allemaal aan de beurt geweest waren konden we de balans opmaken. Een hond werd door de pakwerker gewoon met de stem weg gestuurd. Het arme beest wist echt niet meer wat er gebeurde toen die pakwerker opeens commando's begon te geven.

Alle 4 andere honden liepen met rode vlekken van de waterverf op het lijf rond.

 

Deze test wil niet zeggen dat deze honden niet goed functioneren. In tegen deel, de honden leverden een perfect staaltje werk, VOLGENS HUN TRAINING ALS SPORTHOND. Maar juist door hun goede optreden bewezen ze mijn stelling. Er zullen nu mensen zijn die zeggen dat dit geen eerlijke test was, omdat de honden deze manier van revieren nooit getraind hadden. En juist die opmerking bewijst mijn stelling.

 

Immers deze honden waren niet gewend dat die pakwerker een bedreiging voor hun kon zijn. Vanuit de prooidrift waaruit de honden werkten is die pakwerker alleen maar een verlengstuk van dat heerlijke mouwtje. Een vriendje waarmee ze even heerlijk mogen vechten om dat mouwtje.

 

Een diensthond moet de verdachte zien als een bedreiging en werken vanuit vechtdrift. Hij moet constant op zijn hoede zijn voor de verdachte.

 

Een tweede punt dat tijdens deze oefening opviel was dat als de honden inbeten dit altijd op de gepresenteerde arm was EN NIET OP DE ARM WELKE DE KWAST VAST HIELD. Zodat de pakwerker op het moment dat de hond zich inbeet op het mouwtje, met zijn andere hand de hond kon kwetsen. (In dit geval dus met rode verf tekenen.)

 

Een diensthond moet bij voorkeur inbijten op de arm waarin zich het wapen bevindt.

 

Dit stelt natuurlijk wel hele hoge eisen aan de trainer en de pakwerker, maar het is hun taak om de hond zo goed mogelijk voor te bereiden op de moeilijke taak waarvoor deze zal komen te staan. In een volgend artikel zal ik ingaan op de trainingsmethode zoals ik die gebruik.

 

Duidelijk is in ieder geval dat als het over het revieren gaat een sporthond geen plaats heeft in de dagelijkse praktijk van politie of beveiligingsdiensten. Niet alleen voor de veiligheid van de hond maar ook de veiligheid van de geleider. En natuurlijk ook de veiligheid van de verdachte. Vooral als we denken aan het gegeven dat de geleider, of die nu een politiefunctionaris is of een beveiligingsagent, verantwoordelijk is voor de mate van geweld dat gebruikt is tegen de verdachte.

 

Dat een diensthond moet kunnen bijten is een feit, maar als een diensthond door zijn imponerend gedrag een verdachte kan bedwingen zonder te moeten bijten is toch een betere oplossing?

 

© D.W. Van Oordt

December 1999

wim's index