Nu liggen welliswaar exterieur en africhting zeer dicht bij elkaar, beiden
zijn immers onderdeel van de kynologie in zijn algemeenheid, doch het
eenzijdig belichten van het ène aspect doet het andere tekort.
Niet altijd wordt ingezien dat het exterieur ook iets te maken heeft met de werkgeschiktheid.
En het mag duidelijk zijn dat verwaarlozing van faktoren vergaande gevolgen kan hebben.
Binnen de fokkerij is, ondanks het herhaald de nadruk leggen op het algemene belang van de gebruikswaarde, steeds meer waarneembaar
de neiging tot polarisatie. Mensen lichten bepaalde eigenschappen uit het brede
spectrum, der raseigenschappen en hechten hier overdreven waarde aan.
Overdreven scherpte leidt naar onzekerheid. De fokkerij is er bij gebaat met fokpartners te werken die een stabiel
zelfverzekerd en sociaal karakter vertonen.
Bij deze polarisatie valt op dat de fokkers die zich richten op vooral het fokken van honden voor de africhting.
Zij zichzelf minder richten op zaken als beharing, kleur, hoekingen, gebit, staartdracht, verhoudiingen, geslachtstype etc.
Maar zich primair richten op scherpte, vechtlust, moed, temperament, middelgrote en het niet overdreven zwaar zijn.
Het bestuderen van de meest succesvolle bloedlijnen zowel op kynologisch als op
africhtingsgebied. En het bekijken van nakomelingen in het "veld" werkt een
verantwoorde keuze van fokdieren in de hand.
Polarisatie in fokbeleid, kan en mag nimmer het streven van fokkers zijn: De rasstandaard
laat dit ook niet toe. De Duitse Herdershond is en blijft gebruikshond
bij uitstek: zowel werkcapaciteit alswel anatomische componenten dienen hierop aan te sluiten.
Barro v. Dammplatz
vader: Hero v.d. Glanerhoeve
Moeder: Deborah v. Schönbach Silva
Beste kynologisch hond v.d. V.D.H. v.h. jaar 1989.
2e beste africhtingshond v.d. V.D.H. in 1991 en 1992.
Van oudsher wordt de fokkers vanuit de rasvereniging voorgehouden, dat we te maken hebben
met een specifiek gebruikshondenras. Zowel de werkproeven als de exterieur keuringen toetsen de honden
aan de geschiktheid voor het werk. De term gebruikswaarde valt als volgt te omschrijven: "Alle eigenschappen
die de hond in staat stellen. De van hem verlangde prestaties, naar behoren te verrichten".
De opmerking "als hij maar bijt" die je vaak hoort, illustreert op treffende wijze
hoe belangrijk sommigen het vinden dat de hond veel scherpte en vechtlust bezit.
Zelden of nooit hoort men bijvoorbeeld iemand zeggen hoe belangrijk men het vindt als
een hond beschikt over een goede erfelijke aanleg voor het speuren.
De fokkers spelen hier op in door fokpartners te gebruiken met een meer dan gemiddelde strijddrift
en scherpte. Dat men hier gevaarlijk terrein betreed wordt niet altijd beseft. Los van de huidige maatschappelijke discussie
en tolerantie. Over het al dan niet gewenst zijn van manwerk in het algemeen, door particulieren.
En met een overheid die al vijf rassen op de "zwarte lijst" heeft gezet, voor vermeende genetische agressie aanleg.
Valt op te merken dat het fel en graag willen bijten, vertoond wordt door honden met veel scherpte. Scherpte kan gerelateerd worden
aan prikkelbaarheid. Het snel en heftig reageren op uitwendige prikkels van buiten (lage agressiedrempel).
Te grote prikkelbaarheid kan grenzen aan een overdreven reaktie van de zenuwen, een toestand
die zo gevoelig is voor externe invloeden dat het doorschieten naar onzekerheid en angstagreesie aanwezig is.

De jarenlange polarisatie heeft er toe geleid dat de erfmassa binnen de zogenaamde werklijnen, iets afwijkt van de kynologische lijnen.
Een mooi voorbeeld levert de situatie in de voormalige DDR. Ten opzichte van West-Duitsland.
De DDR honden die vanaf de Tweede Wereldoorlog uitsluitend onder eigen gezag gefokt werden.
Ontwikkelden een andere verschijningsvorm als de BRD honden.
Het aksent lag in de DDR op de geschiktheid als gebruikshond. Er kwamen relatief veel
grauwe en donkere honden voor, die lichter geknookt waren, wat substantie misten minder goede voorhanden
vertoonden, en vooral meer scherpte bezaten en veel temperament.
Ook waren de heupen van de DDR honden uitstekend (strengere criteria). Fouten als mono/kryptorchidie en gebitsfouten kwamen wel veel voor.
Een andere visie op de DDR honden lees je in het artikel aus DDR Zucht
Werklijnen bevatten soms relatief meer de fouten die in het algemeen noodzakelijk geacht worden. Zo bracht Bernd Lierberg (Top vererver africhting) o.a. naast zijn goede eigenschappen ook minder gewenste zaken. Zoals bijvoorbeeld het ontbreken van tandelementen. En Greif Lahntal die zelf niet erg groot was, en net middelkrachtig was gaf dit ook aan veel nakomelingen door. De goede werkeigenschappen overheersten evenwel en zo zien we de enorme invloed die sommige exemplaren op de werklijnen kunnen uitoefenen. Fokkers die zich voor namelijk blind staren op het exterieur, kunnen ook doorschieten. Zo heeft de grote, krachtige en zware imposante hond, scherp gehoekt die men graag ziet op de clubmatches. Wel degelijk gevaren in zich, We kennen allemaal nog de problemen met de heupen die zich na de zestiger jaren ging manifesteren. Door het te veel fokken op een graag gezien "type" door de keurmeesters. Daarnaast loerde ook het gevaar om de hoek door de lijnenteelt, dat de karakters van deze hochzucht honden achteruit holde. Vooral teveel, en eenzijduig intelen op Canto Wienerau die toch niet echt als karakterhond bekend staat werkte dit ook in de hand. Daarbij het feit dat er teveel fokteven met een minimale Sch I, (vaak uitbesteed), ingezet werden voor de fokkerij, Werkte het een en ander niet ten gunste van de werkeigenschappen.
Willen wij de goede gebruikseigenschappen, bevorderen dan kan dit alleen maar langs de weg
van planmatige fok. Naar mijn mening zal bij de fokplanning niet alleen op de anatomische voor en nadelen van de fokpartner gelet moeten worden.
Maar ook in op de in de erfmassa van de fokpartner liggende gebruikseigenschappen.
Zorgelijk is de tendens dat sommige honden door middel van kunstgrepen toch aan hoge africhtingscertificaten komen.
Deze honden zouden verre van de fok gehouden moeten worden.
Het is verkeerd om ten koste van alles, slechts toppers te willen. Het komt aan op een
goede gemiddelde Duitse Herdeshond. Al was het alleen maar om niet elitair bezig te zijn, en slechts voor weinigen bereikbare doelen
na te streven.
Bron: De duitse Herdershond
Ga terug naar Bloedlijnen index
INDEX
© design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com