...:: ExClUsIvE series ::..
The 2003 Manchester lecture
door Peter van Oirschot, Supervisor Breedaffaires Netherlands (vertaling) 22 feburari 2003


Home

Intro pagina


Deel I. De kracht en zwakheden van de moderne Duitse Herder; Huidige bloedlijnen.

pagina 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
pagina 5
pagina 6


Deel II: Een verdeeld ras

pagina 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4


Deel III: De kracht en zwakheden van continentaal showen en fokken.

pagina 1
pagina 2


Bijlagen

BSP-BSZS bloed via Utz

Bloedlijnenschema BSP 2002 [afbeelding]

Bloedlijnenschema BSZS 2002 [afbeelding]

VA Reuen 1998-2002 primaire data.

VA Reuen 1998-2002 ZW en röntgendichte

Het Standaardtype

Literatuurlijst/bronlijst



Word doc. English
download files

part 1
part 2 & 3
VA males data [1]
VA males data [2]
BSP bloodlines
BSZS bloodlines
BSZS vs BSP bloodlines



Word doc. NL
download bestand

tekst deel 1
tekst deel 2 & 3



Web Master

E-Mail:
info@duitseherders.com



© duitseherders.com
Peter v Oirschot
Breedwarden VDH
Hoofd Fokbeleid VDH


Manchester lecture: Lezing in opdracht van German Sheperdog Breed Council of Great Brittain door Peter van Oirschot, Supervisor Breedaffaires Netherlands (vertaling) 22 feburari 2003

Deel II: Een verdeeld ras?

Pagina 3

Dit brengt ons bij de vraag: Als we het temperament willen verhogen en dit tot uitdrukking moet komen tijdens de fokgeschiktheidskeuring. Moeten we dan hogere eisen gaan stellen aan de moedproef of moeten we een verbeterde gedragstest invoeren? Is het verlangen van een strengere moedproef afgenomen door een africhtingskeurmeester de oplossing?

Op zijn minst zouden we de discussie moeten voeren, en het niet af laten hangen van een ledenvergadering van de SV waar keuzes en beslissingen genomen worden in een troebele sfeer van belangen en polarisatiedenken. Op mijn laatse aankeuring van 2002, keurde ik meer dan 40 honden. De meerderheid kreeg Keurklasse 2. Ik zag enkele zeer uitgesproken honden tijdens de moedproef. Op dezelfde dag werd er ook DNA afgenomen in een kleine ruimte door een dierenarts. De honden moesten hierbij ook door een druk bezette kantine. Achteraf werd mij verteld dat sommige van de overtuigende honden tijdens de moedproef, en sommige wedstrijdhonden zeer nerveus gedrag vertoonden tijdens de DNA afname. Een enkeling moest zelfs gemuilkorfd worden om de dierenarts zijn werk te kunnen laten doen.

Het basis karakter (Wesen) wordt niet getest tijdens een moedproef. Ik prefereer de hond met een gemiddelde moedproef en excellent gedrag in een situatie als boven omschreven tijdens de DNA afname.

Een ander probleem vormen de veranderde criteria ten aanzien van de SchH/VH/IPO training: niet voor de hond maar voor de eigenaar. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat een Duitse Herder trainen voor zijn SchH1 een jaar duurt bij twee keer trainen per week. Je hebt een goede instucteur en pakwerker(s) nodig. In de moderne samenleving waar mensen veel verplichtingen hebben slokt deze training behoorlijk wat vrije tijd op. Helemaal als je om enkele minuten te kunnen trainen uren moet wachten op je beurt op het trainingsterrein.

Testen we hier de eigenschappen van de hond of de ijver van de trainer? Hoeveel potentiële goede honden sluiten we buiten? Het IPO verlangt een hoge mate van perfectie in de gehoorzaamheid. Bij het pakwerk is het stuk gehoorzaamheid (het in de hand zijn van de geleider) het belangrijkste aspect geworden van afdeling C. Het SchH dat ooit is begonnen als een aanleg test voor eigenschappen gewenst voor een werkhond eist momenteel een hoge mate van perfectie dat grenst aan topsport en zeer hoge eisen stelt aan de capaciteiten en ijver van de hondergeleider en andere trainers.

Dr Margaret Pfleiderer-Hogner stelt in 1979: De mogelijkheid van Fokwaardeschatting (Fokgeschiktheid) bij de Duitse Herder op grond van het Schutzhund examen; dat gehoorzaamheid niet geschikt is als een criteria. voor fokwaardeschatting. Zij refereert naar Sacher (1970) en Geiger (1973) en betwijfelt dat gehoorzaamheid via training een genetische invloed heeft.

Maar ik ben het volledig eens met Dr. Willis 1998:

  • 1. Het niet trainen en werken met functionele honden kan schadelijke gevolgen hebben voor het gedrag.
  • 2: Selectie op basis van uiterlijke schoonheid zal van minimale waarde zijn tenzij deze wordt geassocieerd met functionele eigenschappen van deze honden. Rassen die over gewenste werkeigenschappen en kwaliteiten beschikken zouden moeten worden geselecteerd om deze eigenschappen te behouden en ze niet mogen verliezen.
  • 3. Net als Willis denk ik dat de Fokgeschiktheidskeuring een belangrijk instrument is waarbij de honden worden gemeten en beschreven worden conform de rasstandaard inclusief een bepaalde mate van evaluatie van het karakter en werk.

    Mijn hoop en advies is dat de Duitse Herder fokkers stoppen met anderen uitsluiten en verdeeldheid zaaien. Meer gezond verstand alstublieft! Geen eenrichtingsverkeer maar een brede selectie op veel kwaliteiten.

    De juiste combinatie is niet extreem x extreem. Hochzucht moet de Leistunszucht integreren en vice versa. Soms kan het voorkomen dat de hond die je wilt uitsluiten nu net de hond is die je het best kan gebruiken. Dit houdt ook meer genetische variatie in. We zitten niet te wachten op het infokken van andere rassen zoals gesteld door Helmut Raiser op de discussieavond in Viernheim (2003).

    Ik denk dat we een Europees Fokbeleid Comité moeten hebben met de kennis van excellente genetici en zeer ervaren fokkers uit de praktijk, die aan dit soort onzin een halt toe kunnen roepen.

  • ~~Evolutie~~


    Yasko Farbenspiel
    geb. 1998

    Odin Tannenmeise
    geb. 1984

    Quando Arminius
    geb. 1981

    Quanto Wienerau
    geb. 1967

    Canto Wienerau
    geb. 1968

    Mutz Pelztierfarm
    geb. 1966

    Rolf Osnabrücker Land
    geb. 1947

    Utz Haus Schutting
    geb. 1926

    Horand Grafrath
    SZ 1 geb. 1895