ENIGE RELATIVERING
Februari 2004

Mister X, also known as: Insider:

"om op de man en functie reageren te voorkomen."

Ondergetekende heeft diensthonden wereldwijd in de praktijk gezien: NL: schipholteam; KLPD Nunspeet Engeland: RAF Zuid Afrika: mijndetectie; Traffic-police; Escom (1500 DH in dienst). Veiligheidsdiensten: bescherming banken

Eigen ervaring: ongeveer 15 VERSCHILLENDE D. H. honden afgericht (VH/SchH/IPO en KNPV) tig keuringen (FGK) en ook moedproef op HZS

Dus "insider" klopt wel een beetje.

Forum: www.duitseherders.com Stellingen: “Naar een nieuwe aankeuring?” Citaat: “Volle woeste dreiging van de pakwerker, de pakwerker komt om de hond te verjagen. Dunne stok van 1,5 m. lang. Stokslag VOORDAT de hond heeft kunnen inbijten. Hond hoeft niet te lossen, wel lossen op afstand leidt tot een hoge kwalificatie”.

WERKHONDEN: werkhonden zijn honden die ingezet worden in de actieve dienst. De opleiding is gericht op de praktijk. Een Welsh Springerspaniel die afgericht is als tabakshond en ingezet wordt in het Rotterdamse havengebied is een werkhond. Een Labrador Retriever die de jager vergezeld is een werkhond. Dit geldt ook voor blindengeleidehonden, soho-honden (hulphonden voor gehandicapten), reddingshonden, speur- narcoticahonden, lijkenzoekhonden, mijndetectie-honden (springstof), lawinehonden, reddingshonden, herdershonden actief bij de kudde, politiehonden (surveillance) enz.. Kenmerkend voor werkhonden is vooral de zelfstandigheid en het eigen initiatief. Intelligentie, werkijver, zelfvertrouwen en leervermogen moeten uitgesproken zijn. De honden moet goed gesocialiseerd zijn en kunnen werken in kleine ruimtes, op gladde vloeren, oneffen terrein (trappen) en zij moeten ook betrouwbaar blijven met behoud van werkijver (ZONDER HECTIEK) temidden van zeer drukke mensenmenigte en geluidsbestendig zijn (knallen , vliegtuigmotoren, fabriekslawaai enz.). Gewenste eigenschappen kunnen variëren en zijn afhankelijk van de taakgebieden. De mens/geleider is vooral afhankelijk van de hond in plaats van andersom. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat zogenaamde agressie vaak van ondergeschikt belang is. Hiertoe zijn er meer geschikte middelen: wapenstok, peperspray, stroomstok en uiteindelijk vuurwapens. Bij zeer gevaarlijke personen mag zelfs uitsluitend een arrestatieteam ingezet worden.

Citaat Von Stephanitz: “ Zorg er voor dat de Duitse Herdershond de werkhond blijft waarvoor ik mijn hele leven heb gestreden “. Hij heeft het dan over werkhonden in bovengenoemde zin. Von Stephanitz heeft reeds vanaf 1900 keihard gewerkt om goede relaties te krijgen met de autoriteiten en was de pleitbezorger voor de Duitse Herdershond als diensthond bij de overheid. Hij zorgde ervoor dat de Duitse overheid op grote schaal gebruik ging maken van Duitse Herdershonden en dat vooral in W.O. 1 de Duitse Herder als diensthond een ongelofelijk reputatie kreeg (Sanitatshond, Meldehond, Kriegshond enz). De eigenschappen die voor deze diensten noodzakelijk zijn, zijn veel complexer en breder als menige niet kenner en sportafrichter op een oppervlakkige manier veronderstellen en hebben vaak veel minder (of zelfs niets) met het zogenaamde “bijtwerk” te maken. Anekdotisch is het verhaal van de herdershond die een grote kudde van honderden schapen staande hield voor een onbewaakte spoorwegovergang terwijl de trein voorbij raasde. De herder lag zijn roes uit te slapen. De herdershond voorkwam zelfstandig een spoorwegramp. (uit ooggetuige verslag van de machinist). Soldaten in Vietnam loven het werk van patrouillehonden. Niet omdat zij beten of aanvielen maar omdat ze bijtijds waarschuwden voor een hinderlaag of komende aanval en mijnen aanwezen en daarmee vele mensenlevens hebben gered. Bij de ramp Two Towers 11 september, New York slaagde een (DH) blindengeleide hond erin zijn basis veilig uit het gebouw te begeleiden. Als experts momenteel klagen over de terugloop van werkeigenschappen dan hebben ze het over: minder intelligente/leervermogen (“brains”), teruguitgang arbeidsijver, minder doorzettings- en vooral concentratievermogen. (vergelijk bijvoorbeeld het puppy-test programma van de Britse politie waardoor men veel meer geschikte diensthonden verkrijgt dan door het aankopen van gecertifceerde honden; idem bij de selectie van blindengeleide honden in NL)

Sportafrichtingshonden zijn geen werkhonden in bovengenoemde zin. Het behalen van top-prestaties in de africhtingsport zijn sportprestaties van het team geleider en hond. De kennis en kunde van de geleider maar ook van het gehele begeleidingscircuit daarom heen van instructeurs, pakwerkers (beter woord is helpers), de kringgroep zijn van doorslaggevende aard. Centraal staat de ijver en vasthoudendheid van de geleider. Zonder dit GEEN TOP-RESULTAAT. Het gaat om het perfect uitvoeren van een programma.. Dit is sport en daarvoor moet men grote waardering hebben. Een goede hondengeleider weet alles uit zijn hond te halen. De hond moet exact werken zoals de geleider wil en het programma voorschrijft. Het sportafrichtingsprogramma is niet geschreven als werkaanlegtest. Indien het sportafrichtingscertificaat als werkaanlegtest beschouwd moet worden dan kunnen in de toekomst problemen ontstaan. Oorpronkelijk was dit de bedoeling van het SchH. Zodra echter de sportprestatie meer nadruk krijgt d.w.z. normen als perfectie (gehoorzaamheid), programma-uitvoering, ijver en inzet van geleider, eisen aan geleider enz., dan mag men zich afvragen of de vlag de lading nog dekt. Onderstaande voorbeelden maken dit duidelijk.

Als het Schipholteam komt kijken of een hond aanleg heeft voor passieve drugshond dan gelden de 100 punten voor afdeling A niet. Wat doet de hond als een balletje verstopt wordt en toevallig op 1 m. 20. hoog aan een tak is gebonden? Heeft de hond dit onvoorbereid in de gaten en lost hij dit probleem zelfstandig op? Juist dit zelfstandig kunnen werken in nieuwe, NIET VOORBEREIDE situaties zijn belangrijk voor een werkhond. Vandaar dat het Schipholteam van een geroutineerde sportafichtingshond kan zeggen minder geschikt en de speelse huishond van 9 maanden, die nooit een africhtingveld heeft gezien, als zeer geschikt kan kwalificeren. (voorbeeld uit de praktijk). Hetzelfde geldt voor de hond die geweldige africhtingsportprestaties laat zien op het veld maar niet kan werken op gladde vloeren of in kleine ruimtes en maar niet kan wennen aan de grote Jumbo’s met hun straalmotoren. Ook geldt dit voor de mogelijke passieve drugshond die zo hectisch is dat hij de passagiers bedreigt en krabt of zelfs hinderlijk lastig valt en bijt of een te intimiterende indruk maakt. (tevens voorbeelden uit de praktijk).

Vandaar dat een africhtingskeurmeester een examen anders moet keuren dan een wedstrijd omdat binnen de S.|V. en V.D.H. de werkAANLEG centraal staat en bij een examen bij het beoordelen van de prestatie de mogelijke geschiktheid zeer zwaar weegt. Indien men dit zou ontkennen zou dit het africhtingsexamen als selectie voor fok dubieus maken. Het risico zou kunnen bestaan dat men vele potentiële geschikte honden (voor verschillende taakgebieden) zou gaan missen. Nog afgezien van het verschil tussen genotype en fenotype. Men zou zelfs de onervaren of slechte geleider coulanter moeten beoordelen dan de zeer ervaren en geslepen geleider. Om nog maar niet te spreken van de voorprong die een goed geconditioneerde en geroutineerde hond heeft ten opzichte van de minder geroutineerde hond. Bijvoorbeeld: wat moet een KM doen als bij een slechte geleider de hond de sprong over de haag mist door het stuntelende gedrag en zenuwachtigheid (scheef gooien, commando met overslaande stem). Veronderstel dat het hierbij gaat over een in aanleg uitstekende hond. Oefening waarderen met 0 p of oefening afbreken en de geleider geruststellen en de kans geven de oefening opnieuw uit te voeren? Wat te doen als de hond dan laat zien de oefening perfect te beheersen? Persoonlijk heb ik deze situaties meesgemaakt op een examen en op een provinciaal africhtingskampioenschap. Op het examen kreeg de hond 0 punten en op het PAK (Noord-Brabant, eind jaren zeventig onder een gerenommeerd Duitse S.V. keurmeester met Bundessiegerprufung-ervaring en met dhr. Gerards, huidig IPO-KM, als wedstrijdleider) mocht de geleider OP INITIATIEF VAN DE KM de oefening opnieuw uitvoeren. Deze hond werd overigens Provinciaal Kampioen (het was een topper!). Ik zelf zou het andersom hebben gedaan: examen wel maar PAK zeer zeker niet. Wat denkt u van de uitstekende speurder, en ijverige hond met appel met veel apporteerdrift, leervermogen en intelligente maar met wat twijfels bij afdeling C maar die toch nog zijn werk doet. Hoe zou u nu oordelen met de ogen van een praktijkman die zoekt naar een uitbreiding van het team speurhonden? Of nog een recent voorbeeld van een Duitse Herdershond die afgewezen is als blindengeleidehond (te hectisch) maar schittert op het IAK?

Praten over werkhonden is nooit zwart-wit. Von Stephanitz wordt overigens vaak misbruikt bij citaten. Hij was zeker een liefhebber en stimulator van sportafrichtingshonden (toen nog in de kinderschoenen) maar bedoelde vooral werkhonden (/n zijn tijd nog echt bij de kudde) en daarbij horen zeer zeker ook (zelfs bij uitstek) blindengeleidehonden ook al speelt daarbij het “bijtwerk” geen enkele rol. (vooral na het gebruik van gifgas in WO 1, waren er veel blinde oorlogsinvaliden). Begrijpt u dat sommige commentaren in forums van zogenaamde “werkhondendeskundigen” en “Von Stepanitz-biografen” soms aanleiding kunnen zijn tot ergernis en “kromme tenen”?

Een Insider

Ga terug naar Artikelen index
INDEX
© design 2003, G.Nagel: www.duitseherders.com