Duitse Herder fok
een mening en visie
|
Tekst: Huub vd Lang, december 2001
Mijn naam is Huub van de Lang en ik wil met het grootste plezier een stukje schrijven op deze fantastische site “duitseherders.com” van Gerrit Nagel. Ik zit sinds 1989 in de hondensport, in eerste instantie alleen bij de VDH en sinds 1996 ben ik aktief bij de Nederlandse Bond van Gebruikshonden (NBG) en sinds 1994 ben ik fokker van Duitse Herdershonden. In dit artikel wil ik mijn visie geven (beknopt) op de ontwikkeling van ons ras gezien door “mijn bril”.
foto: H. vd Lang
|
De Duitse Herder is een hond die de harten van vele duizenden liefhebbers als huishond heeft veroverd en daarnaast zeker ook bij africhters in hoog aanzien staat wegens zijn bewonderenswaardige capaciteiten.
We zagen dat in het verleden alleen de bruikbaarheid telde, het uiterlijk van de hond was van minder belang. Pas later werd als maatstaf de uiterlijke schoonheid gehanteerd. Door aan deze laatste norm te voldoen heeft de clubmatch en tentoonstellingsfokker lange tijd “het werk”van de hond vergeten, waardoor er zeer veel uiterlijk “mooie”Duitse herders zijn die geen enkele gebruikswaarde meer hebben. Mooi maar door de jarenlange selectie in de bloedlijn op vooral exterieur kenmerken, dusdanig zwak in moed inzet en belastbaarheid dat het “werken” met zo’n hond in bijvoorbeeld het VH of IPO programma, niet echt leuk te noemen is. De honden komen gewoon tekort. Trotse fokkers van dit soort honden zijn dom te noemen, omdat deze fok een devaluatie is van het ras. Vind je de gebruikswaarde van de Duitse Herder secundair aan het exterieur (om wat voor reden ook) ga dan alsjeblieft een ander ras fokken!
Aan de andere kant kon het gebeuren dat er africhters gingen fokken waarbij men genoegen nam met de minimale eisen m.b.t. het exterieur. Wat ook weer de nodige problemen heeft opgeleverd.
Gelukkig ziet een kleine groep fokkers de laatste tijd in dat er aan veel Duitse herders iets ontbreekt. Ofwel qua uiterlijk of karakter.
De welwillende fokker van kynologenlijnen zal de gebruikswaarde van de hond weer willen verhogen. Door in zijn fokprogramma weliswaar “Uitmuntende” honden te gebruiken, maar tevens te selecteren op een goede moed, werklust en belastbaarheid.
Sommige africhtings fokkers houden weer meer rekening met de bouw. Dit zien we onder andere door fokpartners te selecteren waarbij de ouderdieren elkaar ook aanvullen op exterieur tekortkomingen. Dus kortom er is genoeg hoop dat de kynologen en africhters weer dichter bij elkaar komen te staan.
Ik zelf fok met kynologen lijnen maar schroom ook niet om een africhtingshond te gebruiken die uitmuntend qua bouw is. Ik ben erg gecharmeerd van het type Duitse Herder uit de zestiger jaren, niet overgehoekt en de toppers uit die jaren deden het vaak op exterieur gebied als zowel op wedstrijden uitzonderlijk goed. Mijn behoefte bestaat niet om een Duitse Herder te fokken die eerste loopt op een show. Wel is mijn wens om een Duitse Herder te fokken vanuit die vroegere exterieurlijn waarvan het karakter nog stabiel is.
Wat ik persoonlijk erg jammer vind is dat de rasvereniging nog een te milde houding heeft ten opzichte van de huidige honden die ik op fokgeschiktheidskeuringen heb gezien. Te vaak wordt een hele “mooie” hond met Keurklasse 1 beoordeeld, terwijl zijn moed, inzet en belastbaarheid te wensen overlaat. De wat minder “mooie” hond waarbij op het karakter geen bemerkingen zijn of zelfs zeer uitgesproken is, zal door dat minder “mooi” zijn echter nooit in Keurklasse 1 komen.
Keurklasse 1 zou eigenlijk alleen voorbehouden mogen zijn aan, honden met een uitmuntende bouw, of een zeer goede bouw die de uitmuntend benadert. En met moed inzet en belastbaarheid die zeer uitgesproken of uitgesproken is.
Eigenlijk volgens het keur-reglement, maar dan ook strikt gekeurd!!
Maar wat graag zou ik twee keurmeesters de honden zien keuren. De bouw moet worden beoordeeld door een exterieur keurmeester en het pakwerk moet door een africhtingskeurmeester worden beoordeeld. Dit is de enige goede manier om het kaft van het koren te scheiden. Goed en verantwoord fokken is dus noodzakelijk. Dat betekent echter niet dat er ook veel moet worden gefokt. Er zijn nog teveel Duitse herder fokkers die uitsluitend op winstbejag, kopen en fokken als productiefokkers. Praatjes hebben deze scharrelaars als de beste en ze prijzen hun“waren”zonder blikken of blozen aan als “kampioensafstammelingen”.
Een bonafide fokker zal dit soort kreten niet nodig hebben om goede pups te verkopen. Deze verwerpelijke manier van handel drijven en vermeerdering van het Duitse Herder ras is wel de meest verderfelijke invloed die de mens op de natuur kan uitoefenen en waarbij de mens bovendien zijn trouwste vriend, die hem altijd volgt en door dik en dun verdedigt, verloochent.
Fokken van Duitse herders kan iedereen: een verantwoorde fokker zijn daarentegen slechts enkelen. Als een dekreu of fokteef wat ouder is geworden en niet meer kan dekken of werpen heeft hij of zij mogelijk wat extra verzorging nodig. Verdiend heeft hij of zij dat zeker. Zelfs als we al het mogelijke hebben gedaan om het de oude hond zo aangenaam mogelijk te maken, komt er toch nog eens een tijd dat zijn levenseinde nadert.
Neem op een eerlijke manier afscheid van uw trouwste vriend en verlaag u niet om u op een andere wijze van hem te ontdoen. Hij heeft er recht op door u als een `echte`vriend te worden behandeld.
Ik groet u allen.
Kortom, een hond om van te houden en om mee te werken. De keuze van de fokpartners geschiedde in vroeger tijden uitsluitend op grond van de geleverde werk prestaties van de honden. De hond werd immers gefokt om de mens te dienen (kudde, waken, beschermen) Het uiterlijk van de hond was niet zo van belang, het was de bruikbaarheid die telde.
Door de jaren heen, in een veranderende maatschappij nam dat gebruiksdoel echter af. De Duitse Herder werd ook als “gewone” gezelschapshond gehouden. Ook nam het resultaat van honden op shows en clubmatches toe in de fokkerij. Zo ontstonden er fokkers die zich primair op de exterieur kwaliteiten toelegden. Namelijk het fokken op schoonheid en gelijkmatigheid in type. Al vroeg bij de ontwikkeling van het ras werden er raskenmerken opgesteld. Er werden raskenmerken opgesteld, waardoor er een norm werd gekozen waaraan de honden moesten voldoen. Deze kenmerken hebben betrekking op het gewenste karakter alsook op het uiterlijk van de Duitse Herder. In de natuur zoeken dieren hun eigen fokpartners uit, maar de mens heeft bij de voortplanting van de hond ingegrepen in zijn natuurlijke leefwijze. Het is dus aan de fokker om uit te maken welke combinatie van reu en teef het beste voldoet. Maar naar welke norm?
Huub van de Lang
Kennel van de Herderklippen
![]()
|
Ga terug naar Artikelen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |