Bij het begin van deze studie vroeg ik mij af: Zal het onderzoek verschillen blootleggen (of bevestigen) tussen Hochzucht en Leistungszucht. In Nederland vaak showlijnfok, kynologische fok en werklijn of africhtingsfok genoemd. Of speelt HD in beide populaties (werk – show) een gelijke rol?
De verschillen zijn er wel degelijk. De cijfers tonen aan dat honden geboren uit de BSZS moeders (Hochzucht) en honden geboren uit de BSP moeders (Leistungszucht) met betrekking tot het gebrek HD in grote mate afwijken. Alleen al het verschil tussen nakomelingen met HD 1: 60,11 % BSZS en 71,24 BSP spreekt boekdelen.
Helaas kunnen de in het buitenland geröntgte BSZS nakomelingen (altijd nog 7,71 %) niet in detail (op HD uitslag gerangschikt) opgenomen worden in het onderzoek. Zij verklaren wellicht een deel van de afwijking van de percentages, maar dekken niet de hele lading.
Ik kom tot de conclusie: dat nakomelingen uit de Leistungszucht minder met HD belast zijn.
Met als referentie dit onderzoek van de tophonden van 2005 in werk en show.
Speelt HD in beide populaties (werk – show) een gelijke rol? Het antwoord is NEE. Het gebrek HD heeft de Hochzucht vast in zijn greep, en zal zich daar waarschijnlijk verder manifesteren. Men is doof gebleken voor opbouwende kritiek, en de bloedbasis blijft zeer eng. Differentiatie van het bloed wordt op papier aangeraden, de keurmeesters op de BSZS blijven volharden in het toekennen van top plaatsen aan het „uitgemolken bloed“. Ursus, Yasko, Larus bloed, dat willen we zien om in de VA (Auslese) te komen. Ik kom later in een volgend artikel nog uitgebreid terug op deze materie.
Je zou bijna gaan denken dat het de „heren Hochzucht-fokkers worst zal wezen“ wat betreft de HD problematiek binnen het ras. Deze fokkers zijn meestal geen beginnelingen, ze lopen al jaren mee. Ook beschikken ze over genoeg kennis en netwerkinformatie. Eigenlijk zouden deze fokkers prima in staat moeten zijn het gebrek HD verder terug te dringen. Ze scoren iets beter als het rasgemiddelde, imponerend is het echter niet. Lang niet goed genoeg om een kentering teweeg te brengen binnen hun fokkerij naar veel betere HD uitslagen. De praktijk leert dat het lijkt of men binnen deze fokkerij HD ziet als “noodzakelijk kwaad “ of derving, en niet als de gevaarlijke ziekte die ze in werkelijkheid is.
De fokkers (en kopers) uit de Leistungszucht zijn verantwoordelijker bezig met hun fokkerij. Dit uit zich in de cijfers die al zeer goed zijn. 54,97 % van de nakomelingen worden geröntgt, tegen de 38,94 % van de Hochzucht BSZS moeders. De mogelijkheid bestaat, dat bij deze fokkerij het gebrek HD nog verder terug gebracht zal kunnen worden.
Ik wil hier niet op individuele honden ingaan, maar tijdens mijn onderzoek kwam ik wel een paar zeer aansprekende voorbeelden tegen die ik u niet wil onthouden.
Ero en Eik v Armannsberg komen uit een moeder die 34 pups kreeg in 4 nesten, 22 daarvan werden geröntgt (= 64,71 %), daarvan kregen 19 honden de uitslag HD 1. Dat is 86,36 %. Anouk en Attaque vd Adelegg komen uit een moeder die 35 pups kreeg in 6 nesten, 23 daarvan werden geröntgt (= 65,71 %), daarvan kregen 21 honden de uitslag HD 1. Dat is 91,30 %. Tot slot de moeder van Viva vd Schiffslache kreeg tot nu toe 25 pups in 4 nesten, 18 daarvan zijn geröntgt (= 72,0 %) en 17 kregen de uitslag HD 1. Dat is maar liefst 94,44 %!
Er is dus nog hoop?
Ik hoop dat de Leistungszucht en hun gezonde vertegenwoordigers en fokkers op korte termijn weer een prominentere plaats zullen krijgen binnen de SV. Geheel in de visie van Max v Stephanitz: “Schäferhundezucht ist Gebrauchshundezucht“!
Los van het feit dat ten tijde van Max v Stephanitz het nooit gekomen zou zijn tot een dergelijke splitsing van populaties van Leistung en Hochzucht, zou Max zich in zijn graf omdraaien en zich niet meer herkennen in het in 2005 gevoerde SV beleid. Het is bittere noodzaak dat de rasvereniging zich „à la minute“ weer gaat bezinnen op de uitgangspunten van het ras. Dit onderzoek toont op het gebied van HD status in de twee populaties ook aan dat er wat moet gebeuren. Dit kan enkel door een president (en bestuur) die objectief is en niet actief verweven is met of de Hochzucht of de Leistungszucht en daar zeker geen financieel belang bij heeft. Hij moet boven de partijen staan, en beslissingen durven nemen waarbij je niet iedereen te vriend kan houden.
Ik denk dat de Rittmeister hard weg zou lopen bij de BSZS om Eros vd Mohnwiese, Ellex v Salztalblick of Quincy v Waldwinkel te zien bij het pakwerk. Ik weet wel zeker dat Max dan zou glimlachen, en denken, kijk, daar zien we nog wat waardige nakomelingen van Horand. Na het bekijken van deze honden zou Max wellicht de eerste de beste taxi terug pakken naar de BSZS en het veld oplopen bij de open klasse reuen. En de keurmeester beleefd vragen als oprichter van het ras, of de keurmeester wellicht niet in de war is. Want volgens Max zouden die honden die hij net zag op de BSP en waarvan hij genoten heeft toch in de Auslese groep moeten staan?
Tenminste zo deden we dat vroeger, aldus Max, want meneer de keurmeester, toen was het motto immers dat Duitse Herderfok, gebruikshondenfok was, en geen modeshow want daar kopen we niks voor. Beleefd geeft Max de heer Scheerer een stevige handdruk, en wenst hem succes in zijn wijsheid. Max verlaat de arena, Heinz totaal verbouwereerd achterlatend. Het lijkt of beide heren van een andere planeet komen, de ene van Mars de andere van Venus. Maar dat was toch van toepassing op mannen en vrouwen? En niet op twee kerels met dezelfde passie? Of toch wel?
Met vriendelijke sportgroet,
Jan Demeyere, B - 8570 Vichte
November 2005
Vrije Vertaling en bewerking
Gerrit Nagel
duitseherders.com
![]()
|
Ga terug naar Artikel index INDEX |
| © design 2003, G.Nagel: www.duitseherders.com |