| kolom | Moeders | aantal pups | aantal nesten | aantal geröntgt | HD 1 |
HD 2 |
HD 3 | HD 4 | HD 5 | HD 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| totalen | 99 | 2334 | 421 | 1283 | 914 | 247 | 68 | 36 | 8 | 10 |
| gemiddelden | 23.58 pups per moeder | 4.25 nesten per moeder | 54.97 % geröntgt van totaal pups | |||||||
| % van geröntgt | 100 | 71.24 | 19.25 | 5.30 | 2.81 | 0.62 | 0.78 | |||
| % van alle pups | 54.97 | 39.16 | 10.58 | 2.91 | 1.54 | 0.34 | 0.43 |
Werden van de BSZS moeders slechts 38,94 % van de nakomelingen geröntgt, bij de BSP moeders ligt dit percentage veel hoger, namelijk op 54,97 % (1283 geröntgte honden van de 2334), een wezenlijk verschil! Als we naar het rasgemiddelde kijken wordt het verschil nog groter: 33,23 % t.o.v. 54,97 % betekent een verbetering in röntgendichtheid van maar liefst 21,74 %
Het is bijzonder goed dat een zo hoog aandeel van de nakomelingen officieel geröntgt worden. Concreet meer als de helft, in plaats van maar een derde. De fokkers van deze werklijnen en hun pupkopers geven hiermee een visitekaartje af!
Door de 99 BSP moeders (ook hier van 1 hond geen data) werden 2334 pups geworpen (23,58 pups per moeder), in 421 nesten (4,25 nest per moeder).
Zonder conclusies te willen verbinden valt op dat er méér pups per BSP moeder werden geboren: 23,58 (BSZS moeders: 19,51) en de sterkte van het nest ook iets groter was: 5,54 pups per nest (BSZS moeders 4,89).
De HD uitslag HD 1 = normal kregen 71,24 % !! (BSZS: 60,11 %) van de 1283 geröntgte nakomelingen (rasgemiddelde 57,24 %). De HD uitslag HD 6 = Ausland kregen hier slechts 0,78 % van de geröntgte nakomelingen (BSZS moeders: 7,71 %), (rasgemiddelde: 3,49 %).
Concluderend hebben 72,02 % (BSZS moeders: 67,82 %) van de geröntgte honden van deze BSP elite gezonde heupen, 27,98 % (BSZS 32,18 %) is licht (HD 2) tot zwaar (HD 3 t/m HD 5:) dysplastisch.
De moeders van de 100 BSP deelnemers scoren significant beter als de BSZS moeders. De cijfers spreken voor zich.
Afgezien van het feit dat bijna geen pups uit deze werklijn fokkerij naar het buitenland verkocht worden (minder dan 1 procent) en het grote aantal van de pups van BSZS moeders die in het buitenland verkocht worden (7,71 %) en daar ook geröntgt zijn (HD 6 = Ausland) en dus niet verder in detail op uitslag kunnen worden weer gegeven in de analyse, moeten we vooral de focus richten op de honden met de uitslag HD 1 en het feitelijke verschil BSP 71,24 % t.o.v. BSZS 60,11 % goed onthouden! Dit grote verschil zou zeker aanleiding moeten geven tot verdere bezinning en discussie binnen de SV.
Terwijl slechts 19,02 % („HD-1“) + 1,16 % („HD-6“) = 20,18 % van de TOTALE populatie bij de SV opgenomen de beste uitslag kreeg, scoorden de BSP moeders opvallend beter. Niet minder dan 39,16 % kregen HD 1 en 0,43 % kregen HD 6, samen goed voor 39,59 % (13,18 % beter als bij de BSZS moeders). Dit verschil met het rasgemiddelde is enorm te noemen, het verschil is immers 19,41 % !!
Nakomelingen met HD 3 „noch zugelassen“ = aandeel: 5,30 % en hoger (4 en 5) = aandeel: 2,81 + 0,62 = 3,43 % komen we bij deze BSZS moeders uit op 8,73 %.
Het gemiddelde van het ras in Duitsland ziet er anders uit namelijk: Nakomelingen met HD 3 noch zugelassen = aandeel: 10,94 % en hoger (HD 4 & 5) = aandeel 4,15 % + 0,76 % = 4,91 % totaal 15,85 %.
De moeders van de BSP honden vererven 7,12 % minder dysplastische dieren als het gemiddelde. Een verklaring daarvoor kan zijn dat ook deze fokkers selectiever zijn op de fokteven. Van de 98 moeders waarvan de HD uitslag bekend is, hadden 74 de beste uitslag = 75,51 %
Overzicht top 100 BSP moeders
Windows Excel bestand

download bestand
Deel 1
Deel 2
Conclusies
![]()
|
Ga terug naar Artikel index INDEX |
| © design 2003, G.Nagel: www.duitseherders.com |