INTERVIEW MET M. KAPPEN
"In 1983 is Dr. Gail Smith begonnen met een onderzoek naar een methode waardoor beter en op jongere leeftijd de oorzaken voor het ontstaan van HD vast te stellen zijn", begint Kappen. "HD ontstaat doordat er speling op een gewricht zit. Dat wordt veroorzaakt door losheid van spieren en banden of door de gewrichtssamenstelling. Die speling leidt tot artrose, een van de belangrijkste gevolgen van heupdysplasie."
Artrose - het beschadigen of afbrokkelen van het botweefsel - is met de bestaande
methodiek goed te constateren. Voor diegenen die het nooit bij de hand hebben gehad: de
huidige methode van röntgenen bestaat uit het maken van twee foto's. Positie één, de
standaardpositie, is de foto met de recht naar achteren gestrekte benen; voor de tweede
foto worden de achterbenen in elkaar gedrukt tot er een soort kikkerhouding ontstaat.
Afwijkingen aan de heupkom en/of de kop van het dijbeen zijn op deze manier vast te
stellen. "Eigenlijk is die standaardpositie een heel onnatuurlijke houding voor de
benen. Smith en andere onderzoekers hebben een methode ontwikkeld waarbij ze de
voortbeweging in het dagelijkse leven en de krachtenbelasting die dan optreedt bij
benadering kunnen meten", zegt Kappen.
"De speling die tijdens de normale beweging en belasting zoals het dragen van het eigen gewicht ontstaat, noemt Smith de functionele speling. Functionele speling is de primaire factor waaruit HD ontstaat." Hieruit blijkt eens te meer dat HD niet te wijten is aan één aanwijsbaar gen, maar aan een complex geheel van geërfde aanleg en invloed van de omgeving.
Distractie en compressie.
Om die functionele speling bij benadering te kunnen meten, bedacht men dat de
röntgenfoto's in andere posities genomen moesten worden; meer in overeenkomst met de
normale belasting van de heupen. Na veel onderzoek kwamen de wetenschappers tot de
conclusie dat de speling het beste gemeten kon worden met behulp van foto's in drie
posities.
De hond wordt hierbij op de rug in een bak gelegd, net als nu. "Alleen
worden bij de nieuwe methoden de benen loodrecht ten opzichte van de tafel omhoog
gebracht, zodat ze in volmaakte rust verkeren", legt Maarten Kappen uit, terwijl
hij twee denkbeeldige achterbenen losjes vasthoudt in een hoek van negentig graden boven
zijn bureau. "We meten vanuit een neutrale positie,

er staan geen krachten op.
Biomechanisch is de neutrale positie gedefinieerd als tien tot dertig graden strekking,
tien tot dertig graden abductie en nul tot tien graden externe rotatie", somt hij
moeiteloos op. Voor de eerste foto worden vervolgens met behulp van een zogenaamde
distractor de benen iets uit elkaar gedrukt. Hierdoor kan de maximale speling tussen de
heupkom en de kop van het dijbeen gemeten worden. Het lijkt nogal cru, maar we gaan ervan
uit dat goed opgeleide artsen weten hoever ze kunnen gaan.
Iedere distractor heeft een
nummer dat meegefotografeerd wordt. Zo is altijd te achterhalen wie een bepaalde hond
geröntgend heeft. Zowel deze distractie-opname als de tweede foto, de compressie-opname,
maakt men in de stand met de achterbenen loodrecht boven de heupen.
Bij de tweede foto
worden de benen iets naar elkaar toegedrukt met behulp van twee kunstofrollen zodat de
uiteindes van de dijbenen maximaal in de kom worden gedrukt. Nu heeft de dierenarts de
twee uitersten die zich voor kunnen doen gefotografeerd: de maximale speling in de
distractie-opname en de maximale samendrukking in de compressie-opname.
Deze twee uitkomsten kunnen verwerkt worden in een index.

Een index is een getal dat onafhankelijk
is van millimeters, hoeken of andere meeteenheden. "Die index loopt van nul tot
een", zegt Kappen, "nul wil zeggen: helemaal geen speling en een wil zeggen dat
er een maximale speling op zit: de heup ligt er helemaal uit."
Het indexgetal is ook
onafhankelijk van het ras of de grootte van de hond. Zo kan de stand van zaken ten aanzien
van HD tussen de verschillende rassen vergeleken worden.
Speling maskeren.
Goed, de eerste twee foto's zijn dus van de hond op zijn rug met zijn achterbenen recht
omhoog. De derde röntgenfoto komt overeen met de standaardfoto van de huidige methode:
met de benen gestrekt naar achteren. Overigens wordt momenteel alleen deze derde foto door
de Orthopedic Foundation of Animals (OFA) in Amerika en in landen als Duitsland en
Frankrijk geaccepteerd. "Deze foto wordt met name gebruikt om de mate van artrose
vast te stellen", gaat Kappen verder. "Het is trouwens bekend dat bij het
strekken van de poten en het iets naar binnen draaien van de knieën er netto inwaartse
krachten ontstaan die mogelijke speling in feite maskeren." Dat moeten we zien.
In de
behandelkamer waar de röntgenapperatuur staat, schuift Kappen geroutineerd drie foto's
voor de lichtbak. Ze zijn alledrie van dezelfde hond. We beginnen onder met de foto van
de uitgestrekte achterpoten. Zo op het oog zien de heupen er goed uit; de kop valt goed in
de kom en er is geen slijtage aan het bot te zien. Maar bij de distractie-opname komt een heel ander beeld naar voren. Er zit een behoorlijke speling
tussen kop en kom. De compressie-opname laat zien dat de kop ver in de kom geduwd kan
worden. De heupen van deze hond vormen toch een losser geheel dan op de standaardfoto te
zien is.
![]() |
![]() |
| Distractie-opname | Compressie-opname |

Kritische grens.
Eigenaren die hun honden met de Pennhip-methode laten röntgenen zijn verplicht de
gegevens in te sturen naar de databank. In Amerika heeft men inmiddels een databank
opgebouwd waarin de gegevens van zo'n 15.000 honden van allerlei rassen zijn verwerkt. Per
ras is op deze manier vast te stellen hoe de situatie ten aanzien van heupdysplasie ervoor
staat. Kappen laat een overzicht zien van een aantal rassen. Helemaal links is nul,
helemaal rechts is één. Tussen deze twee waarden bevindt zich een balk die de
verspreiding van HD binnen een ras aangeeft.
Bij de barsoi bijvoorbeeld ligt de gemiddelde index tussen 0,2 en 0,3. Dat houdt in dat Barsois weinig tot geen speling op de heupen hebben. De kritische grens voor de distractie wordt theoretisch gelegd bij 0,3. Maar met behulp van de verzamelde gegevens kan men nu per ras afwegen met welke indexwaarden wel, nog net wel en niet meer gefokt mag worden. (duitse herder 0.6)
Zou de theoretische grens van 0,3 aangehouden worden dan zouden er bij sommige rassen geen honden meer overblijven om mee te fokken. De gehele balk van bv. De Airedale Terrier bevindt zich rechts van de gewenste theoretische 0,3 distractiewaarde. Bij zulke rassen kan men bv. Beslissen om veertig of vijftig van de honden aan de linkerzijde van de balk wel te gebruiken voor de fokkerij en de anderen uit te sluiten.
Alle metingen die we nu doen, worden aan het fenotype gedaan, terwijl we uiteindelijk de genetische waarde van een hond willen weten voor de fokkerij" legt Kappen uit, "de Pennhip-methode is genetisch verantwoord. Bij de traditionele methode gaat men uit van een erfelijkheidsfactor van 0,22. Bij de nieuwe methode gaat men er gemiddeld vanuit dat er 0,65 erfelijkheidsfactor zit. Dit is allemaal uitgebreid wetenschappelijk onderzocht en vastgesteld". Het gevolg van die veel grotere erfelijkheidsfactor bij het gebruik van de Pennhip-methode is dat er nu per ras een gericht fokbeleid voor het verder terugdringen van HD uitgestippeld kan worden.
Grote voorspelbaarheid.
"Wat ik verder zelf heel belangrijk vind voor de praktijk in Nederland is dat men
met deze nieuwe methode op een leeftijd van vier maanden uitspraken met een grote
voorspelbare waarde kunnen worden gedaan", vervolgt Kappen, "hiernaar is
veel onderzoek gedaan bij grote groepen honden, vooral Duitse Herders. Dezelfde honden
zijn geröntgend op vier, zes, twaalf en vierentwintig maanden. De voorspelbaarheid vanaf
vier maanden bleek 85 procent te zijn. Vooral honden die met vier maanden vrij zijn van
speling, blijven vrij van speling". Met het toenemen van de leeftijd van de hond,
wordt de voorspelbaarheid groter: tot boven de negentig procent.
Gecertificeerd.
In 1994 volgde Maarten Kappen een cursus in Amerika over het toepassen van de
Pennhip-methode in de praktijk. Hij heeft inmiddels voldaan aan de eisen voor
certificering. "Voor zover mij bekend ben ik niet de enige Nederlandse dierenarts
die de cursus heeft gevolgd, maar wel de enige die gecertificeerd is" vertelt
hij. "Overigens kwam Dr. Gail Smith, de grondlegger voor deze nieuwe methode, in
april spreken op het kleine huisdierencongres in Amsterdam".
Nog niet op stamboom.
In Amerika is inmiddels een vrij groot netwerk ontstaan van dierenartsen die met de nieuwe
methode HD vaststellen. Wetenschappelijk gezien is het daar algemeen geaccepteerd dat
Pennhip een betere methode is om HD te voorspellen en vast te stellen dan de traditionele
methode. Toch is een instituut als het al eerder genoemde Orthopedic Foundation of Animals
(OFA) nog niet zover dat de resultaten van de nieuwe methode op de stamboom vermeld
worden.
Het werk van de OFA is vergelijkbaar met dat van de Hirschfeld Stichting in ons land. "Je moet je voorstellen: al dertig jaar röntgent men in de gestrekte positie. Hele theorieën zijn hierom heen gebouwd; er zijn allerlei belangen mee gemoeid. Het duurt even voor zo'n organisatie omgaat", denkt Kappen. "Op den duur zullen ze wel moeten, als de aanhang van de American Kennel Club voor deze methode groot genoeg wordt, maar het zal nog wel even duren."
Hij verwacht dat het in Nederland ook de nodige tijd gaat kosten voor de nieuwe methode voor het opsporen en vaststellen van HD breed gedragen zal worden. Eerst zullen een aantal gezaghebbende dierenartsen en fokkers overstappen op de nieuwe methode; als een olievlek zal het gebruik zich verder gaan uitbreiden. Maar dat het gaat gebeuren, staat voor hem als een paal boven water.
"Als ik het vanuit de praktijk bekijk, zijn wij al dertig jaar bezig met een methode waar we uiteindelijk niet veel mee opschieten", meent Kappen. Die opmerking verbaast me, want je ziet niet zo vaak meer van de vreselijk stakkerige honden die zich kreunend en met zwabberende achterpoten over straat worstelen naar het dichtstbijzijnde randje groen om hun behoefte te doen. "Heel erge gevallen worden tegenwoordig al jong geëuthanaseerd", weet Kappen uit eigen ervaring, "en wij doen hier op de kliniek nogal wat orthopedische ingrepen en dan zie je het ook. Bekkenkantelingen bijvoorbeeld. "Hierbij zaagt de dierenarts het bekken op verschillende plaatsen helemaal door. De botstukken worden vervolgens onder een andere hoek met behulp van stalen platen aan elkaar geschroefd. Zo valt de kop van het dijbeen beter in de kom.
In de behandelkamer ligt een Golden Retriever lodderig aan een infuus te wachten op zijn operatie. Negen maanden oud, een nestgenoot van hem heeft een week geleden ook een bekkenkanteling ondergaan. Het is een zware en pijnlijke operatie die in de duizenden guldens kost. Om van het dierenleed maar niet te spreken. Dat moet toch zo langzamerhand anders kunnen of beter nog, voorkomen kunnen worden. Kappen: "Het verbaast me dat we nog zo lang met het oude systeem zijn doorgegaan." Volgens hem spelen een aantal factoren daarbij een rol. HD is en multifactoriële afwijking, fokkers en dierenartsen hebben niet altijd even open meegewerkt aan het röntgenen en het ontbrak aan een goede diagnostiek.
