FGK in het juiste licht.
Een mening, een achtergrond, een uitleg.
GEBRUIKSWAARDE
Deel 2:
Een stevige vacht met stokhaar en onderwol zorgt ervoor dat koude, warmte als mede vocht de hond weinig deren. De kop en de vang dienen krachtig te zijn t.b.v. een krachtige greep. Omdat er ruimte nodig is voor het fijne reukorgaan, moet de snuit over voldoende lengte beschikken. De greep van de hond kan slechts dan krachtig zijn wanneer ook het gebit gezond en sterk is.
Wie ooit een sterk boven- of onder-
voorbijtende teef heeft gezien tijdens het doorbijten van de navelstreng en vruchtvliezen van haar pasgeboren jong, beseft hoe belangrijk het is dat het gebit goed schaart. Een zieke
hond kan weinig presteren: gezondheid en weerstand tegen ziektes dienen hem eigen te zijn. Een juiste voeding kan dit mogelijk
maken.
Een zwaarwegende factor om
ongeacht welke prestatie dan ook te kunnen leveren is de toestand van de "heupen". Terecht verlangt men
steeds meer dat dieren waarmee gefokt wordt "vrij" of nagenoeg vrij zijn van "heupdysplasie". Een té strenge selectie kan verwaarlozing van bepaalde componenten inhouden, mogelijk hier en daar de gebruikswaarde schaden.
Bij de ontwikkeling van het ras waren er periodes dat het karakter verwaarloosd werd. De schaarse karakter-dieren die er destijds waren, bestonden voor een opvallend groot gedeelte uit wolfsgrauwe en donker gepigmenteerde dieren. Er wordt aangenomen dat dit genetisch
verband houdt met het karakter.
Het is dan ook aan te bevelen te letten dat de fokdieren over ruimschoots pigment beschikken. Het is gebleken dat de middelgrote hond het best in staat is de verlangde prestaties te verrichten . In de periode van 1949- 1977 blijkt de gemiddelde schofthoogte bij de "reu- en" op de Bundessiegerpriifungen 63,3 cm te zijn bij een gemiddeld gewicht van 37, 1 kg. Bij de teven is dit 57,3 cm bij 30, kg. Bij toename van de schofthoogte is er in verhouding steeds meer spiermassa nodig voor dezelfde prestatie. In hoeverre bepaalde bloedlijnen van invloed geweest zijn, is nooit met 100% zekerheid vast te stellen. Doch de maten van alle op fokwaarde gekeurde en geschikte of aanbevolen geachte honden zouden een indicatie kunnen zijn mits voldoende representatief!
Om enigszins de fokwaarde te kunnen bepalen dienen de honden te worden aangekeurd, waarna een eventuele publicatie plaatsvindt d.m.v. een keurboek. Verlangd wordt dat een
hond tenminste VH l en UV (is uithoudingsvermogen) behaald heeft. Het is in ons eigen belang te komen naar steeds meer aangekeurde honden waardoor we exact vergelijksmateriaal krijgen m.b.t. de stand van ons
ras.
Elke fokker is aan het ras verplicht om bij de keuze van zijn fokpartners steeds voor ogen te houden dat de gebruikswaarde nimmer geschaad
mag worden maar bij voorkeur verhoogd. Een prachtige hond zonder goede heupen is principieel geen geschikte fokpartner, evenmin een . mooie HD-vrije hond met een zwak karakter. Hetzelfde geldt voor een , fantastische karakterhond met
geringe anatomische componenten . "Geschiktheid voor het werk met daarbij indien enigszins mogelijk een aangename verschijning", dient het streven van elke fokker te zijn .
Het verdient aanbeveling om niet
alleen op clubmatches doch ook op wedstrijden en examens de deelnemende honden nader te bekijken,
hierbij denkend aan het begrip "gebruikswaarde".
Waarschijnlijk zult u tot enkele verrassende conclusies kunnen komen. ..?
P. Nefsen J.Zijmers
Bron: VDH blad
No 7 1978
![]()
|
Ga terug naar Artikelen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |