FGK in het juiste licht.
Een mening, een achtergrond, een uitleg.
Van keuring op fokwaarde naar fokgeschiktheidskeuring
Deel 2:
Het standpunt is dat het één het ander niet uitsluit. Dat wil zeggen: het blijft voor de individuele fokker, en juist dat is zijn bijzondere verdienste en kennis van het ras, dat hij naast de gegevens die hem dankzij de vereniging via de fokgeschiktheidskeuringen over de fokdieren bekend zijn; hij zijn oordeel over fok en gebruikswaarde afrond door te kijken naar de prestaties van voorouders, nestgenoten en nakomelingen. En hij op grond van deze totaliteit tot een totaaloordeel komt hetgeen zich weerspiegelt in een weloverwogen keuze van de juiste fokpartners.
Uit bovenstaande is gebleken dat de toelatingseisen voor deelname aan een fokgeschiktheidskeuring in een kort tijdsbestek sterk verzwaard zijn . De toelatingsweg is reeds lang en smal. Men fokt niet één, twee, drie, een zodanig aangelegde hond die het V H I, U.V. en "a" en minstens de kwalificatie "Goed" kan behalen. Zij die dan ook spreken van een verpaupering van de fokgeschiktheidskeuring beseffen te weinig hoezeer de fokgeschiktheidskeuring inspeelt op de totaliteit van de Duitse Herdershond: een gezonde, vitale hond met goed vermogen (heupen) om te draven. Die verder in zijn verschijning beantwoordt aan het te wensen rasbeeld en beschikt over een betrouwbaar karakter, zelfverzekerd en onbevangen is met aanwezigheid van eigenschappen, die het moedcomplex, alsmede de hardheid en "Kampftrieb" bepalen!
Men moet ook beseffen dat bij de fokgeschiktheidskeuring geen maximale maar minimale eisen gesteld worden. Zou men aan sommige factoren zeer sterke selectieve eisen verbinden dan zou dit afbreuk kunnen doen aan de totaalbeoordeling en dat is wat de fokgeschiktheidskeuring op de allereerste plaats dient te zijn en blijven. Beslissend voor het aankeuren is de algehele indruk die de hond maakt. Daarom zien wij ook geen africhtingkeurmeester vergezeld van een keurmeester exterieur maar kennen wij de zware en zeer verantwoordelijke functie van de keuringskeurmeester (Kormeister). Men mag ook niet uit het oog verliezen, dat de fokgeschiktheidskeuring in Nederland nog steeds in haar wordingsproces verkeert. Bijstellingen zullen geschieden, wanneer het belang van het ras en de beoordeling dit noodzakelijk maken.
Met zeer veel genoegen kon het Hoofdbestuur en de kommissie kynologie van de V.D.H. vaststellen dat de eerste drie honden op onze laatste Individuele Africhtingkampioenschappen van Nederland 1978, aangekeurd waren en zelfs voor de fokkerij aanbevolen zijn.
![]()
|
Ga terug naar Artikelen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |