FGK in het juiste licht.
Een mening, een achtergrond, een uitleg.
Van keuring op fokwaarde naar fokgeschiktheidskeuring
Deel 1:
Wanneer we kijken naar het aantal van 1347 voorgebrachte honden op V H examens in 1977 en het aantal van 165 honden op fokgeschiktheidskeuringen, dan realiseren we ons niet dat tien jaar geleden het behalen van een V H examen -om maar te zwijgen over de aankeuring -slechts voor- behouden was aan een zeer beperkte groep. Het toepassen van de Duitse Herdershond als gebruikshond door middel van sportafrichting heeft in Nederland het laatste decennium een -enorme vlucht genomen. Dit had en heeft nog zijn weerslag op de fokkerij.
Fokwaarde en gebruikswaarde -over deze begrippen heeft u in ons V.D.H.-blad kunnen lezen. -worden getoetst aan de prestaties van de nakomelingen en aan die van de fokdieren zelf. In deze samenhang moet u de groeiende betekenis zien die men aan de fokgeschiktheidskeuring
hecht.
Zeer moeizaam kwamen in 1968 de eerste keuringen op gang: er werden slechts 26 honden aangekeurd. Juist om het beleid van de V.D.H. ten aanzien van het verloop van de huidige fokgeschiktheidskeuring goed te kunnen begrijpen is het noodzakelijk om bij deze moeilijke aanvangsfase langer stil te staan. Zo was voor de keuring op fokwaarde in 1968 het V H I certificaat niet verplicht. Dit om de doodeenvoudige reden dat er bijna nog geen gecertificeerde honden waren. De stellingname van toen: een goede karakterhond is en blijft ook zonder een behaald VH-certificaat een goede karakterhond -kan men ook nu nog laten gelden
Maar wie bepaalt of een hond een goed karakter heeft en wat is een goed karakter? Terecht stelde de V.D.H. in de periode 1970/71 de eis dat voortaan voor het mogen laten aankeuren de certificaten U.V. en V H I verplicht werden. Het standpunt van de V.D.H. dat via het U. V. en minstens V H I een hond een bepaald minimum aan werkgeschiktheid- en aanleg heeft moeten bewijzen, hetgeen men als voorselektie voor toelating tot een keuring op fokwaarde noodzakelijk achtte, kon pas in de jaren 1970/71 worden ingenomen, omdat inmiddels het aantal kringgroepen, instructeurs en helpers met de noodzakelijke basiskennis gestegen was. Zonder kader (keurmeesters, provinciale besturen, kringgroepen, instructeurs en helpers) -zonder examens e.d. is het ondoenlijk werkprestaties van onze honden te eisen en deze te toetsen. De V.D.H.leden moesten dus in de gelegenheid gesteld worden om te kunnen bewijzen dat hun honden aan de gevraagde normen voor werkgeschiktheid voldeden.
Het pleit voor de V. D. H. dat zij binnen een kort tijdsbestek van tien jaar de keuring op fokwaarde zodanig heeft durven aanscherpen dat vanaf 1978 nog slechts honden toegelaten worden met bezit van het diploma U. V., minstens een V H I certificaat en een gunstige uitslag van een onderzoek naar heupdysplasie d.w.z. een "a zuerkannt", HD min of HD Tc of HD plus min stempel op hun stamboom of in hun paspoort hebben.
![]() "Fokwaardig" | ![]() "Te wensen rasbeeld" |
![]()
|
Ga terug naar Artikelen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |