![]() |
|
![]() |
De Section Dienst und Gebrauchshunden (SDG) was belast met de keuringen en registratie van de Duitse Herder fok. Zij hadden fokdoelstellingen opgesteld.
Fokdoelen:
- Het fokken van karaktersterke temperamentvolle honden, met een goede scherpte. Welke werklust bezitten en veelzijdig zijn af te richten.
- Het fokken van gezonde gebruikshonden in de ruimste zin van het woord. Welke een hoge leeftijd kunnen bereiken, een goede constitutie bezitten, vruchtbaar zijn en weinig erfelijke fouten hebben.
- Het fokken van mooi gevormde honden, met een goede pigmentering. Zoveel mogelijk van het gelijke type en met een zo groot mogelijk loop en uithoudingsvermogen
Voor de fok met Duitse Herders golden strenge criteria:
- Fokken alleen met aangekeurde honden
- Jonge honden moeten voor de leeftijd van 12 maanden (fokteef met hele nest) verschijnen op een Nachwuchs Beurteilung, (jonge honden keuring)
- Er wordt alleen gefokt met HD vrije honden, (dus geen a-fast normal of a-noch zugelassen)
Bij niet naleving van bovengenoemde criteria was de sanctie zeer simpel: geen stamboom.
Na een jaar moest de eigenaar van de fokteef, verschijnen met het hele nest nakomelingen (geëxporteerde honden werden uitgezonderd) . Het was een eis, om stambomen te verkrijgen voor de jonge honden.
De honden werden beoordeelt op o.a.: orenstand, gebit, temperament, (bij een reu)de aanwezigheid van beide testikels, beharing, de totale verschijningsvorm van de hond en de aanwezigheid van het a-stempel (HD uitslag).
De resultaten van deze beoordeling werden toegevoegd aan de fokwaarde status van de teef, en vooral de dekreu.
Deze informatie werd periodiek gepubliceerd en openbaar gemaakt, aan de fokkers d.m.v. de regionale clubs, keurmeesters, en op schrift in het zogenaamde Rundschreiben.
Een fokker kon dus van een reu precies nakijken wat zijn status was betreffende aantal nakomelingen en betreffende fouten.
Dit was een uniek systeem, binnen de honden fokkerij. Vergelijkbare keuringen zagen we bijvoorbeeld wel terug in de paarden fokkerij.
Men kende twee keuringen op fokgeschiktheid:
- De Zucht Tauchlichkeits Prüfung (ZTP), voor honden tot 24 maanden. Deze keuring was twee jaar geldig.
- De (uiteindelijke) Körung voor honden van 24 maanden en ouder. Deze keuring was de eerste keer drie jaar geldig.
De Körung had de grootste fokwaarde. Voor beiden geldt dat een aangekeurde hond verplicht dient te worden herkeurd voor de geldigheid van de keuring is verlopen. Gebeurt dit niet dan geldt de hond als afgekeurd. Dat bij de keuringen de gebruikswaarde centraal stond kwam o.a. tot uitdrukking door het feit dat karakter, scherpte en hardheid gekeurd werden door een Wesens-beurteiler (africhtings keurmeester)
In de keurboeken werd ook geadviseerd vooral te selecteren op hardheid en natuurscherpte. In het keurboek van 1979 schrijft Werner Dalm (Körrichter) :
De in de doelstelling staande harde honden, zijn ongeveer even sterk vertegenwoordigd als de bruikbare honden. Het bevredigt geenszins dat hun aantal in vergelijking tot het jaar 1971 is teruggelopen en zelfs is gedaald tot onder het aantal der bruikbare honden van 1976-77.
Wesen Wertmessziffernsystem
Bij de keuringen werd
gebruikt gemaakt van het Wertmessziffern systeem. Het was een uniek systeem om
de kwaliteit van de hond weer te geven. Het was gebaseerd op duidelijke beoordeling
gebieden, en er werd per onderdeel een cijfer gegeven.
Elke hond kreeg zo een zes
cijferige beoordeling (keurrapport) bijv: 4554/44 de eerste drie cijfers hadden
betrekking op de anatomie. De laatste drie op de gebruikswaarde.
Zie voor een complete
uitleg de pagina: Wertmessziffern.
De africhting in de DDR
De africhting in de DDR
had meer raakvlakken met de huidige KNPV (politiehonden dressuur) als met het
VH of Sch hond programma van vandaag de dag.
Men kende als
sportafrichting:
-
Speurhond FH 1 t/m 3
-
Verdedigingshond SchH 1
t/m3
Diensthondenafrichting:
-
Politieverdedigingshond
PSH 1 t/m 3
-
Politiespeurhond PFH 1
t/m 3
Deze
africhtingscertificaten werden erkend en aangetekend op de stamboom.
Verschillen met het Westen
waren:
-
Het gebruik van een
loodrechte schutting (1.5 en 1.8 meter)
-
Bij het appèl is een
onderdeel evenwichtsbalk
-
Bij FH 3 en SchH 3, een
oefening kruipen
-
Bij het speurhond
examen moest ook een afdeling appèl en pakwerk afgewerkt worden.
-
Schotvastheid werd
afhankelijk van het examen, getest bij: Voorroepen als de hond onderweg is naar
de geleider. Bij het apporteren op het moment dat de hond het blok pakt. Bij
het commando “sta” uit looppas. Tijdens het uitwerken van het spoor, bij de
speurhond examens.
Bij alle Schutzhund (SchH)
examens werd verder gewerkt met 10 verstekken, 6 heen 4 terug. Het zelfstandig
gedrag van de hond werd ook beoordeeld.
Bij SchH 1 wordt de hond
op 5 meter van de pakwerker afgelegd. Bij SchH 2 en 3 op 10 meter. De geleider
ging op afstand (50m) bij SchH 3 uit het zicht. De pakwerker deed op aangeven
van de keurmeester een aanval op de hond. De hond kreeg voor en na het inbijten
een stokslag. De hond moest de aanval zonder twijfel doorstaan, en verhinderen.
Als de pakwerker zijn aanval staakte moest de hond blijven bewaken. De hond
mocht niet naar de geleider gaan, of de pakwerker verlaten.
Als laatste noem ik nog de
lengtes van de speurhond sporen:
-
FH 1 1500 meter 7
hoeken
-
FH 2 2000 meter 10
hoeken
-
FH 3 3000 meter 16
hoeken
