De Croupe
|
De Croupe en de lengte of de ligging ervan, beter gezegd de beoordeling ervan komen we op elk keurrapport van een clubmatch of fokgeschiktheidskeuring tegen. De croupe is uit verschillende delen samengesteld. De basis is de Bekkengordel. De bekkengordel is opgebouwd uit drie beenstukken namelijk het kruisbeen en de beide heupbeenderen. |
|
| Het kruisbeen is een vergroeiing van de drie kruisbeenwervels. De beide heupbeenderen zijn elk apart opgebouwd uit drie botstukken, die met elkaar zijn vergroeid (zie afbeelding links)![]() |
Deze bekkengordel is met dikke sterke spieren bedekt (zie rechtsboven) die van de wervelkolom en het bekken naar de beenderen van de achterpoten gaan. Daarbij komt de staartaanzet met krachtige staartwervels en spieren.
Dit hele beeld is met vet, bindweefsel en huid bedekt.
De lijn van de croupe wordt mede bepaald door de bespiering, sterker of zwakker ontwikkelde spieren geven een ander beeld.
Al deze delen geven de croupe zijn vorm. Er zijn ook veel varianten van de croupe waarneembaar die vaak als volgt omschreven worden:




korte croupe
kort afvallend
afvallend
lang met zeer goede ligging
Ook kan het haarkleed invloed hebben op de vorm. Lang haar kan meer verhullen dan kort dichtaanliggend stokhaar.
Het belangrijkste bij de vorm van de croupe blijft echter het bekken. Zijn ligging en lengte is bepalend voor de croupe. Het bekken is het draai en wendpunt van de hond, het moet ook zorgen voor het overdragen van de afzet op de voorhand.
|
|
Een steil bekken 130 graden is meestal te kort. De afzet van de hond gaat meer naar boven dan naar voren. De rugoverbrening is niet ideaal, de soepelheid van de beweging ontbreekt. De achterpoot kan niet genoeg naar voren worden gebracht (uitgrijpen).
Een ideaal bekken 140-150 graden, het bekkenbeen kan voldoende lengte hebben. De hond kan de achterpoot goed onderzetten, de beweging verloopt vloeiend.
Een kort bekken 160 graden en meer, hier kan het bekken alleen maar kort zijn. Hierdor ontstaan stompe heup en knie hoekingen. Het ontbreekt de hond aan standvermgen. Hij gaat van achteren kort, de gangen zijn niet vloeiend, hij gat voor ruimer dan van achteren.
| Een ligging van de croupe onder een hoek van ongeveer 30 graden t.o.v. de horizontale as. En de daarbij gewenste hoeking tussen het dijbeen en het bekken is ongeveer 150 graden om een optimale afzet mogelijk te maken. De ligging en hoeking als hiernaast is de meest ideale om zo min mogelijk verlies aan kracht te laten optreden naar richtingen die niet bijdragen aan de voortstuwing. |
De hoekingen van de achterhand dienen te passen bij de hoekingen van de voorhand voor een optimaal gangwerk. Heeft een hond bijvoorbeeld een goed ontwikkelde achterhand maar een steile voorhand, dan zien we een beperking van het uitgrijpen van de voorhand. Terwijl de achterhand wel voldoende uitgrijpt, het effect wat we dan zien is het zogenaamde "steppen" in de voortred.
De Bijdrage van de voorhand in de totale voortstuwing kan ongeveer 40% bedragen.
![]() draven op een clubmatch, kijk naar het uitgrijpen van voor en achterhand. | Het grote belang wat keurmeesters hechten aan de hoekingen van voor en achterhand alsmede de ligging en lengte van de croupe en het beeld van het gangwerk, ligt in het feit dat de Duitse Herder van oorsprong een draver is. De dravers bouw en draf techniek vormen zodoende een belangrijk exterieur criterium. |
Nou heeft natuurlijk niet iedereen een hond die gezegend is met de meest optimale hoekingen en of croupe ligging en lengte. Het belang van taining bij een "minder bedeelde hond" is echter groot: bespiering, uithoudingsvermogen, routine in ringdressuur, (analyse) hoe de hond het beste voor te bengen, optimale conditie (haar, gewicht, droog) ten tijde van de keuring. Zo kunnen bijvoorbeeld twee in bouw nagenoeg gelijke honden, bij de ongetrainde hond wel en bij de getrainde hond geen of in mindere mate bemerkingen gemaakt worden. Het kan net het verschil zijn, tussen twee kwalificaties, of tussen Keurklasse 1 of 2. Hiermee wil ik niet suggereren dat een "Uitmuntend" aangetraind kan worden, maar wel dat het bezoek van een keuring of clubmatch ook training vereist, en zo als met alles werpt een goede training zijn vruchten af.
G.Nagel
17-02-2002
bron: de duitse herdershond
SV Zeitung
Elementaire kynologische kennis, R vd Molen
Der Hund, Bonetti & Gorrieri
|
Ga terug naar Kynologie index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |