
Na het bespreken van Quanto von de Wienerau, wil ik nu Canto de revue laten passeren. Om als laatste in een apart hoofdtstuk de Mutz Pelztierfarm-lijn dit drieluik af te laten sluiten.
Canto werd geboren op 19-09-1968 uit een klein nest (1 reu en twee teven). Nestzuster Cira is niet bekend geworden. De andere zus Celly daarintegen wel. Zij bracht het tot Auslese in 1971.
Dat de fokker van dit zwakke punt op de hoogte was blijkt misschien wel uit het feit dat hij via de moederlijn veel betere gebruikswaarde "genen" probeerde in te brengen, om het gemis aan de kant van Hein wat te compenseren.
Dus dat de fokker wel degelijk ook oog had voor de gebruikswaarde in de bloedlijn van Canto, mag hiermee wel duidelijk zijn. (En blijkt ook uit het nageslacht) Alleen wordt hier minder vaak over gesproken. Maar ja, hoge bomen vangen veel wind zullen we maar zeggen.
Dat Canto een echte supervererver was, is wel duidelijk mede omdat hij maar vier jaar oud geworden is (hersenbloeding) en dus maar twee jaar is ingezet voor de fok. Waren de resultaten van zijn directe nakomelingen, op de Bundessieger Zuchtschau al uitzonderlijk te noemen. Ik noem er enkele:
1973
En deze nakomelingen hebben de lijn doorgezet tot in het heden, want de waarde van Canto ligt toch in het feit dat ook zijn kinderen deze bijzondere erfkracht in zich droegen.
Canto was zelf een middelgrote, middelkrachtige, harmonisch opgebouwde reu. Met zeer goede verhoudingen en geweldige anatomie. In het bijzonder bij voorhand en croupe. Hij had bemerkingen op de kracht van de kop, het hakkeneng gaan, en het pigment. Daarnaast verdiende ook de belastbaarheid aandacht voor de keuze van de teef.
Canto zelf bracht het tot Vorzüglich 1, in 1971. In de Duitse herder wereld heeft de naam van Canto ook iets negatiefs, hier wordt meestal op de gebruikswaarde gewezen.
Feit is dat Canto op zijn eerste aankeuring in Kkl II werd ingedeeld, omdat zijn vechtlust niet uitgesproken was doch aanwezig. Aan de hand van dit gemis werd de Kkl II hem gegeven. Bij de herkeuring heeft zich dit ten gunste gekeerd, en Canto voldeed nu wel aan de uitgesproken vechtlust.
En werd op grond van die verbetering ingedeeld in Kkl I voor het leven. Als we zijn afstamming bekijken zitten er wel een paar "erfelijke" verklaringen voor het gemis aan vechtlust in zijn bloed.
Zo was zijn vader Hein von Köningsbruch het evenbeeld van Canto wat het aankeuringsverhaal betreft. Ook hij werd in eerste instantie om dezelfde reden als Canto ingedeeld in Kkl II , en bij de herkeuring ook beloond voor de verbetering, en kreeg Kkl I.
En om het nog bonter te maken was ook de grootvader van Canto (vader van Hein) Fix zu den Sieben Faulen ook al om deze vermindere vechtlust, aanvankelijk eerst in Kkl II ingedeeld.
De moeder van Canto, Liane von der Wienerau (zie ook "interview" links in de menubalk) had Sch III, haar vader was de bekende Jalk von Fohlebrunnen, en de grootvader van Liane was Vello zu den Sieben Faulen.
En hier zit toch een geweldige "gebruikswaarde potentie" in de twee laatst genoemde reuen. Vello bracht onder andere het "B" nest Lierberg, waarmee door Bernd en Bodo twee abosulute topverervers qua werkhonden zaten. (De nu zo succesvolle Asko von der Lutter voert onder andere ook naar Bernd terug.)
Aan de andere kant heeft ook Jalk (de grootvader van Canto) ook zeer veel goede africhtingshonden gebracht. Ik noem hier maar een Racker Itztal, Bundessieger 1971, en wat minder ver in de tijd Fado vom Karthago, Wereldkampioen WUSV 1989.
Wat Canto betrefd en de Bundessiegerprüfung nazaten…..zijn die er dan? Ja hoor ik noem een paar hooggeplaatsten:



Jalk Fohlebrunnen
Racker Itztal
Fado Karthago
![]()
- VA 1 Erka Fiemereck
- 1e bij de tussenklasse reuen Asslan Klämmle, en 7 bij de eerste 9
- 1e bij de tussenklasse teven Atricia Klämmle
- 1e bij de jeugdklasse teven Nadia Bubenlachring, en 5 bij de eerste 9
1974
- VA 2 Canto Arminius
- VA 6 Datscha Patersweg
1975
- VA Ondra Ecclesia Nova
1976
- VA Canto Arminius
- VA Frei Holtkämper See
1977
- VA Diana Patersweg
1978
- VA 1 Canto Arminius
Wetende wat nu weten in 2000, kunnen we stellen dat twee zonen van Canto zijn lijn hebben voortgezet (referentie BSHZ) te weten Canto vom Arminius en Frei vom Holtkämper See. Uit deze twee is een aparte tak onstaan, die ik hierna verder zal bespreken.![]()
Deze naamgenoot uit de Arminius kennel had als grootvader over moederszijde Quanto Wienerau. En wat ook heel interessant is met name als we het over de gebruikswaarde hebben in de Canto W-lijn, Nico Haus Beck. Deze Nico ligt ook in de bloedlijn van een bijzondere vererver op het gebied van de africhting, Ferro Zeutener Himmelreich, waaruit het beroemde "T" nest von der Bösen Nachbarschaft ontstond.
![]() |
![]() |
![]() |
| Canto Arminius | Tell Grossen Sand | Fanto Hirschel |
De belangrijkste zoon van Canto-A, is Tell von Grossen Sand gebleken. Reserve Sieger in 1983 en 1985. Bij Tell was ook het Quanto en Mutz bloed goed vertegenwoordigt. Via Tell komen we bij honden die al dichter in de stambomen liggen. Zijn twee belangrijkste zonen zijn, Fanto en Frei Hirschel.
Fanto was de sieger van 1990 en 1991, een bijzondere hond qua uitstraling. Frei was een V hond, maar is in erfkracht wellicht net zo sterk als zijn succesvollere broer. Hij had op de Siegerschau van 1999 een VA zoon in Quarz Templeie en in 2000 VA Pitt v. Tronje. Aan de andere kant heeft Fanto iets bijzonders in het vererven van geweldige fokteven. Hij is dit jaar bij de Siegerin Chipsi herderdsfarm en de VA 2 Cindi Hirschel de vader van hun grootmoeders.
Hij is bij de reuen VA 2 Timo Berekasten, en VA 3 Mack Aducht, de vader van beider moeders!
De lijn:
Canto W-------Canto Arminius---Sonny Badener Land----Tell Grossen Sand-----Fanto Hirschel en Frei Hirschel
![]()
De tweede zoon van Canto van waaruit een tak ontspringt is Frei Holtkämper See.Over Frei zelf is bijzonder weinig informatie te vinden. Maar via hem gaat wel de tweede belangrijke tak van Canto Wienerau verder.
Via Zorro Haus Beck VA, zijn zoon Lasso Wiederbrücker Land komen we bij weer een bepalende pilaar in de hedendaagse bloedlijnen, Fedor vom Arminius.
![]() |
![]() |
![]() |
| Fedor Arminius | Jello Wienerau | Mark Haus Beck |
Fedor zelf was VA 7 in 1987. En zijn verdere vererving is bijzonder invloedrijk tot op heden.
Hij bracht zelf een groot aantal beroemde zonen, onder andere,Mark vom Haus Beck VA.
Mark heeft als moeder Quina vom Arminius, en natuurlijk een zuster van Quando, die zo invloedrijk was in de Quanto Wienerau lijn.
Palme Wildsteigerland is dan ook zijn Oma over moeders zijde. Vanuit Mark is een ware explosie van top honden voort gekomen. Het maakt hem, tot een van de meest dominante verervers van dit moment. Enkele directe nakomelingen met hun "kroost".
- Nutz Mönchberg >Natz Steigerhof
- Folemarkens Jasso > Lasso Neuen Berg (Sieger 1997) > Enzo Buchhorn
- Kimon dan Alhedy's Hoeve (Sieger 1994) Karly Arminius en Amigo Belgier
Tweede zoon van Mark is Jello Wienerau VA, die via zijn zoon Hanno Wienerau weer succesvol is. Maar hij kan Mark niet evenaren.
De lijn:
Canto Wienerau----Frei-----Zorro------Lasso------Fedor Arminius--------Mark Haus Beck.
![]() |
![]() |
![]() |
| Karly Arminius | Kimon dan Alhedy's Hoeve | Lasso Neuen Berg |
|
Ga terug naar Bloedlijnen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |