resultaten van de BSP, alle rassen individuele Duitsland en de WUSV WK 2002. Op afdeling en op kwalificatie percentages per afdeling.
V= Vorzüglich
bijvoorbeeld: BSP afd C, 4 x U, 47 x SG, 43 x G, 4 x B(efriedigend), 2 x M(angel)
SG= Sehr Gut
G= Gut
B= Befriedigend
M= Mangel
U= Ungenugend



Analyse:
U ziet dat er in het speuren vooral grote verschillen zijn. Meer dan 60% heeft uitmuntend gespeurd terwijl op de alle rassen nog geen 55% dat deed. Tevens ziet u dat in het appel, heel weinig uitmuntends gegeven zijn. Op de alle rassen wel 3 keer zo veel. Op afdeling c valt aan te merken dat ook weinig honden de uitmuntend kwalificatie hebben kunnen halen. Wat zijn de redenen hiervoor? Streng gekeurd? Slecht afgericht? Alleen een ervaringsdeskundige zou hier antwoord op kunnen geven. Uit deze grafieken is duidelijk op te maken, dat als je een u in het appel of pakwerk scoort, dat je aardige kans hebt om mee te doen voor de overwinning, maar laat je het liggen op speuren, dan heb je een groot probleem. De grote verschillen kunnen dus ontstaan, als je een van de laatste onderdelen goed onder de knie hebt….. Als laatste, kijkende naar de wusv, dan kunt u zien dat het uitmuntend speuren beduidend lager is dan op de andere twee evenementen, en dat de groep goed, veel groter is. In het appel, ligt het redelijk op één lijn. Pakwerk op de wusv kenmerkt zich door iets meer voldoende honden dan op de andere evenementen. Kijkend naar de alle rassen van Duitsland zien we dat 22 procent daar uitmuntend haalt tegen 4 en 3 procent op de andere evenementen.
(G. Nagel:) Als we het subjectieve koppelen aan het objectieve oftewel het meetbare spreken de cijfers andere taal als de publieke opinie. Doordat AHR drie top evenementen: de alle rassen, de BSP en WUSV naast elkaar heeft gezet. Kun je toch eigenlijk concluderen dat het verschil het grootst was in C qua beoordeling. Bij de WUSV en BSP is in C de groep V + SG significant lager als bij de alle rassen. Vanuit de cijfers gezien kun je dus ook afvragen of vergeleken met de alle rassen de klappen gevallen zijn in C en niet in B op de BSP? Opvallend is ook dat de groep V + SG honden op de WUSV in B identiek is met het percentage op de BSP. Het percentage V + SG honden op de alle rassen is zelfs lager als bij de BSP en WUSV, over “strenge beoordeling” van B op de WUSV of alle rassen heb ik tot nu toe echter niemand gehoord. Dus als je het zo bekijkt is de commotie rondom beoordeling B (BSP) niet terug te lezen in de cijfers en feiten. Opvallend is ook het extreem hoge percentage V + SG in A op de BSP.
resumé:
BSP in C: V + SG = 51%
alle Rassen in C: V + SG = 65%
WUSV in C: V + SG = 48%
BSP in B: V + SG = 36%
alle Rassen in B: V + SG = 33%
WUSV in B: V + SG = 36%
BSP in A: V + SG = 89%
alle Rassen in A: V + SG = 79%
WUSV in A: V + SG = 64%
Om een nog beter beeld te krijgen van de statistieken en resultaten van de BSP zet AHR op de volgende pagina 7 jaar BSP op een rij.
einde pagina 4
![]()
© Tekst/data verwerking/analyse/graphics:
~~AHR~~

voor www.duitseherders.com
|
Ga terug naar Africhting index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |