IPO – SchH – VH
MET DE CLICKERTRAINING
AFDELING C - VERDEDIGING
|
Tekst: © Geert de Bolster, augustus 2002
In 1986 begon Geert De Bolster met het professioneel trainen van honden. Hij is in België dierengedragsconsulent en als hobby beoefent hij IWR. (vergelijkbaar met IPO/VH/SchH programma) Hij heeft zijn Lakense Herder teef Unive helemaal getraind met de clickermethode en behaalde op 3 jarige leeftijd IWR III (92 - 96 - 94).
Werd uitgenodigd door de wereldfederatie om de Lakense Herder te vertegenwoordigen op het WK voor Belgische Herders te Zwitserland.
Momenteel is Geert de trotse eigenaar van een Duitse Herder (uit werklijnen) en een Lakense herder (zoon van Unive). Beide jonge honden worden getraind in het IWR-programma.
foto: G. de Bolster
|
Geert gaf ook in 2002 een workshop Clickertraining op de VDH kringgroep Terneuzen.
Dit artikel schreef hij geheel belangenloos, en exclusief voor duitseherders.com en haar bezoekers.
Ik denk dat het onnodig is om nog eens te vertellen hoe en waar de operante conditionering en clickertraining zijn ontstaan. Maar voordat ik dieper wens in te gaan op het gebruik van de leermethode in afdeling C, wil ik toch nog even de basis van het leerprincipe bespreken.
Operante conditionering staat gelijk aan vrijwillig leren door motivatie en beloning. Alles wordt aangeleerd in 4 leerfasen.
Fase 1: Een activerende fase,
Tijdens de activerende fase wordt het gewenste gedrag aangeleerd. D.m.v. shaping (stap voor stap iets leren) wordt het gedrag gevormd. In eerste instantie wordt voor ieder gedrag dat in de richting wijst van het uiteindelijke gewenste gedrag geclcikt en beloond.
Eens het gedrag een beetje vorm begint te krijgen gaat men als geleider een duidelijk criterium gaan stellen en nog enkel clicken voor dat criterium. Beetje bij beetje wordt het criterium aangepast, de hond moet het gedrag beter of meer laten zien. Uiteindelijk bekomt men een eindresultaat van 100% kwaliteit. Tijdens de activerende fase worden er geen bevelen gegeven. Ook hoeft er hier nog geen rekening te worden gehouden met de snelheid van de uitvoering van de oefening (deze wordt pas in de testfase opgebouwd). Echter, de kwaliteit of perfectie van de uitvoering is van absoluut belang wil men een uitstekend resultaat kunnen behalen op examens en/of wedstrijden.
Als men het bevel zou inbrengen als de hond slechts 85% kwaliteit zou vertonen, dan kan men later ook maar 85% eisen van de hond. Pas als men 100% kwaliteit heeft bereikt, kan men het bijpassend bevel leren associëren met het gedrag en dus overstappen naar de tweede leerfase.
Fase 2: de introductie van het bevel,
Op de intentie dat de hond het gedrag (vrijwillig) gaat vertonen zegt men het bevel. De click en de beloning volgt. Na zeer veel herhalingen (gemiddelde van 12 trainingssessies van 3 tot maximaal 5 minuten) kunnen we aannemen dat de associatie werd gelegd en dat de hond de oefening kan uitvoeren op bevel.
Vanaf nu gebeurt er iets zeer interessant. Als tot op heden het gedrag en de beloning bijna onder controle stond van de hond – telkens de hond het gedrag vertoonde moest er worden geclickt en beloond, mag men vanaf nu niet meer belonen als de hond het gedrag uitvoert zonder dat er een bevel werd gegeven. Geef het bevel, en als de hond het gedrag met 100% kwaliteit vertoont moet men clicken en belonen.
Tot zo lang men deze fase heeft bereikt is het aan te raden de oefeningen te laten uitvoeren in gekende en vertrouwde situaties voor de hond (thuis, de tuin, het oefenveld van de hondenclub). Ongekende - of situaties met veel afleiding creëren onvermijdelijk stress bij de hond. Stress betekent dat het lichaam van de hond om ‘aanpassing’ vraagt en dat, mogelijks het gekende gedrag, tijdelijk, op een iets lager niveau zal worden uitgevoerd. Een goede gebruikshond zal zich uiteraard zeer snel aanpassen aan de situatie waardoor het niveau van uitvoering weer normaal zal worden. Als men echter als geleider druk begint te doen door luider te roepen, fysieke dwang in te brengen enz., dan zal dit onvermijdelijk leiden tot nog meer stress en problemen en aldus in een omgekeerd effect resulteren.
Fase 3: Testfase
Vanaf nu kunnen we beginnen aan de snelheid van uitvoering te werken. Door de hond niet altijd meer te belonen voor de perfecte uitvoering zal er een lichte frustratie ontstaan waardoor de hond sneller en heviger gedrag zal laten zien. Voor een minimale verbetering moet er dan worden geclickt en beloond.
Dergelijke versterking op snelheid noemen we interval beloning. Er wordt enkel beloond voor een snellere uitvoering van een gekend gedrag. Het gebruiken van verschillende gradatie van beloning kan hier een goed hulpmiddel zijn. Als men tot hier toe gebruik maakte van de lagere driften van de hond en beloonde met voeding (voedingsdrift) kan men nu een iets hogere drift aanspreken en belonen met het balletje (de buitdrift).
Opgelet: de kwaliteit kan tijdelijk iets minder zijn, maar dit moet door de vingers worden gezien. Men kan maar aan één ding tegelijk werken. Als de snelheid op het juiste niveau is kan er gewerkt worden aan 100% kwaliteit en de juiste snelheid in één criterium. Hiermede wil ik al een eerste zeer belangrijk voordeel belichten van clickertraining.
©Geert De Bolster
De Bolster gedragstraining en consulting gcv
www.debolster.be
|
Ga terug naar Training index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |