Door de jaren heen, al vanaf het begin zo rond 1890. Heeft er een enorme evolutie plaatsgevonden in het uiterlijk van de Duitse Herder. Je zou kunnen zeggen dat onder invloed van verschillende factoren het uiterlijk steeds verder "gepolijst" is tot wat het nu is. Ik praat hier om misverstanden te voorkomen over de honden die door de jaren toonaangevend waren op de Bundes Sieger Zucht Schau (BSZS).
Het fokken van een top hond zal altijd onderhevig zijn aan ,( naast alle studies van de fokker over het gebruikte bloed,) een flinke dosis geluk.
Het is natuurlijk niet helemaal eerlijk om alleen maar naar de mannelijke exemplaren te kijken. Omdat er ook excellente teven door de geschiedenis heen geweest zijn. En sommige van deze dames zelfs twee keer een VA hond brachten met verschillende vaderhonden.
Als je de hele geschiedenis bekijkt, en je gebruikt de BSHS als referentiekader. Dan zijn er maar een handvol honden, die werkelijk beeldbepalend zijn voor het totale ras. D.w.z. honden die zelf weer zonen en kleinzonen, en achter kleinzonen brachten. Die weer elk op hun manier de positieve aspecten van de stamvader door konden en nog steeds kunnen geven.. Zodat in een bloedlijnschema de stamvader nog steeds fungeert als een duidelijk knooppunt van waarruit vele top honden zijn voort gekomen.
Naast de positieve eigenschappen , van laat ik het maar " de stamvader" noemen, brengen ze ook allemaal hun beperkingen mee. Dit zal altijd een wetenschap van de fokker zijn om op basis van eventuele tekortkomingen, een fok partner te zoeken die deze niet heeft (hij of zij heeft weer andere) en zo te komen tot een gewenst nakomelingen schap. Waarbij de ouderdieren elkaar hopelijk aanvullen op hun tekorten. Dit geldt zowel voor het exterieur als voor het karakter, en de geschiktheid als werkhond.
In de literatuur en beschouwingen in diverse tijdschriften, worden de volgende honden als meest waardevol voor het ras beschouwt:
De waarde van deze drie, is enorm gebleken binnen de fokkerij. Later kom ik op elk van hun nog terug. Het is ook zo dat in de honden die nu leven anno 2000, deze voorouders wel aanwezig zijn. Maar erg ver weg in de afstamming zitten. Wellicht is het ook beter om ook rekening te gaan houden, met honden uit de verschillende stamvaders. En die op hun beurt waarschijnlijk de roem en belang van de voorvader gaan opvolgen. En eigenlijk de nieuwe(re) stamvaders genoemd mogen worden.
Uit de Quanto lijn denk ik dan aan:
Via LASSO VAL SOLE >
En via een andere Quanto tak URAN vom WILDSTEIGERLAND
Bij de zogenaamde africhtingslijnen zie je veel meer differentatie in exterieur en bijvoorbeeld haarkleur. Deze verschijningsvormen , vallen natuurlijk wel binnen de normen van de Keurklasse I of II. Er is bij de honden die de prijzen winnen op de BSZS, veel meer sprake van fenotypische overeenkomsten.
Het zal ook altijd ondoorgrondelijk blijven, waarom de ene hond wel zijn persoonlijke excellente eigenschappen doorgeeft aan zijn nakomelingen. En de andere kampioen dit niet doet, en waarvan zijn fokwaarde rol langzaam wegebt in de tijd. Zonder het brengen van weer een excellente zoon die de bloedvoering kan doorzetten.
Het gebruik van de mannelijke dieren voor analyse, ligt in het simpele feit dat de reu voor een groot aantal nakomelingen kan zorgen. En de nakomelingen zijn toch het gene waar de vader op afgerekent wordt. En hiermee zijn uiteindelijke fokwaarde te bepalen. De teef heeft echter altijd de begrenzing van maximaal twee nesten, per jaar, gedurende een paar jaar.
Ook is het nadeel van kijken naar de vaderlijn (van vader naar vader naar vader) dat het niets zegt over de vaderlijn van de moeder en van de oma's. Dit is echter wel van wezenlijk belang omdat vaak het kruisen van verschillende lijnen leidt tot succesvolle honden. Het meenemen van deze gegevens brengt met zich mee, dat een analyse wel erg gedetailleerd en onoverzichtelijk wordt. Het kijken naar de vaderlijnen levert goede algemene feiten, maar heeft altijd de eerder genoemde beperking in zich.![]()
aan QUANDO vom ARMINIUS
en zijn zoon ODIN von der TANNENMEISE.

Uit de Cantolijn :
TELL vom GROSSEN SAND
FEDOR vom ARMINIUS en zijn zoon MARK vom HAUS BECK
Uit de Mutzlijn:
JOHNNY RHEINHALLE en van daaruit CELLO RÖMERAU en FANDO SÜDBLICK
![]()

![]() |
![]() |
![]() |
| Quando Arminius | Odin Tannenmeise | Palme Wildsteigerland |
Quanto stamt in een direkte lijn af van Rolf vom Osnabrückerland. Rolf was zelf Vorzuchliche Auslese (VA) in 1950 en 1951 (in 1955 werd de Sieger titel weer ingevoerd) Hij was een hond met een fraai pigment, zware beenderen, een krachtige kop, goed temperament maar met een wat korte croup, en wat mindere achterhand hoekingen.
Quanto stond in het Rolf "type" d.w.z. dat ook Quanto wat bemerkingen op de croupe had, evenals een slappe middenvoorvoet..
In de vererving bracht Quanto veel type, en gelijkheid in type. Een goede voorhandshoeking, Een mooie harmonie en de juiste grootte en kracht. Het gevaar dat hij zijn zwakke middenvoorvoet dominant zou vererven heeft zich niet bevestigd.
Bij een inteelt op Quanto moest men rekening houden met: langhaar, en lengte van de loopknoken. De op Quanto ingeteelde honden brachten veel type, uitdrukking en adel. Dit heeft zich ook genetisch gefixeerd.
Dè belangrijkste zoon van Quanto was Lasso di Val Sole. Zelf was hij regelmatig te vinden in de Auslese groep. Lasso was een hond met een geweldig type, kleur en temperament. Omdat hij was ingeteeld op Dago Schloss Dalhausen, moest men wel rekening houden met de vererving van een korte opperarm, en de fokpartners moesten over goede achterhandhoekingen beschikken. Dago had een achter hoeking die aan de grens van het toelaatbare lag.
Nakomelingen van Lasso die meer in het type van Dago stonden, konden ook niet de kwaliteit van hun vader, Lasso evenaren.
Lasso was de vader van het beroemde "X" nest van Arminius, met als moeder de legendarische PALME vom WILDSTEIGERLAND. De zoon Xaver, een mooie hond maar bekent om zijn wat over-agressiviteit. Zorgde op zijn beurt weer voor een "top" nest het "Q" nest van Arminius.
Palme was ook de moeder van Uran vom Wilsteigerland, en stamde zelf af van Nick von der Wienerau. Deze reu kwam uit de Mutz-lijn. Daarmee was Palme een van de meest toonaangevende teven binnen de geschiedenis van de Duitse Herder fok. Haar zuster Perle was ook Siegerin .
Het Q- nest van Arminius bevatte QUANDO. Deze reu was in 1986 en 1987 Sieger. Het was een hond van de gewenste grootte, zeer gespierd, met een uitstekende lengte en ligging van de croupe. Vermeldens waard is ook zijn zuster QUINA die zowel de moeder was van MARK vom HAUS BECK (C. Wienerau) als van YAGO vom WILDSTEIGERLAND. Deze twee reuen bespreek ik later nog.
Quando zorgde vvoor een groot aantal goede nakomelingen. Maar de absolute uitschieter was de in Nederland gefokte ODIN von der TANNENMEISE. Met als moeder Häsel von der Tannenmeise, wiens bloed weer terug voerde naar Mutz.
Odin was Auslese in 1987 en 1988, zijn loopvreugde was een ktitiekpunt op deze keuringen. En de angst was aanwezig dat door dit gebrek hem een topplaats zou worden onthouden. Maar het besluit van Hermann Martin om hem toch de hoge kwalificatie te gunnen, mag nu, anno 2000 als een hele terechte gezien worden, gebaseerd op de rol die Odin nu speelt in de bloredlijnen. Een rol die wellicht de importantie van de "grote drie" gaat evenaren.
Odin heeft op zijn beurt weer twee zonen die het fantastisch doen, en waarvan de namen in de stambomen al dichterbij liggen. In de eerste plaats, JECK von NORICUM. Sieger in 1993. Jeck staat bekend om zijn vorm en gesteldheid, zijn geweldige voorhands hoeking en lengte en ligging van de croupe. Kritiek is er op zijn front. Ook op de grote en stevigheid van de oren, en soms wat te lichte kleur. Verder had Jeck het "noch zugelassen"
wat betrefd zijn heupen. Dit is ook een belangrijke factor om rekening mee te houden..

Als tweede Odin zoon is daar, ZAMB von der WIENERAU Sieger in 1992. Zamb wordt gezien als een typische vertegenwoordiger van de Quanto lijn. Met wat bemerkingen op de achterhand hoekingen.

Deze twee laten zo als het zich laat aanzien de lijn van Odin verder floreren, daar hun verervingskracht dominant aanwezig is op de laatse BSZS's. Zonen van hun die de lijn voort moete zetten zijn onder andere:
![]()
Via JECK:
Via ZAMB:
![]() |
![]() |
![]() |
| Yago Wildsteigerland | Fedor Arminius | Max Loggia del Mercanto |
Er is echter nog een toonaangevevende Quanto Wienerau tak. Namelijk de URAN von der WILDSTEIGERLAND-tak. Uran was Sieger in 1974 en 1975. Zijn moeder PALME vom WILDSTEIGERLAND heb ik eerder al besproken. De vader van Uran was IRK ARMINIUS, zelf een zeer harmonieuze hond, die ook al vier Auslese "kinderen" had gebracht. Maar deze waren niet te vergelijken met Uran.
Uran bracht geweldige nakomelingen, met croupes die beter waren als de zijne, en met een enorme uniformiteit. Een Uran kind herkende je al gauw.
Tekort komingen die hij doorgaf waren: Gebrek aan krachtige gespierde koppen bij zonen, en het pigment was een aandachtspunt voor de fokkers.
Uran's belangrijkste zoon was EIKO KIRSCHENTAL Sieger in 1988, en vermeldings waardig, is dat zijn moeder in het bezit was van het H.G.H. certificaat , wat getuigd van zeer welkome werkeigenschappen in zijn bloed.
Eiko had een wat krachtigere kop mogen hebben, ook zijn algehele gespierdheid mocht wat meer volume hebben. Om deze tekorten te compenseren gebruikte de fokker, Martin Göbl (Arminius) een teef uit zijn eerder genoemde "Q" nest. Namelijk Quina , en Eiko en Quina brachten samen YAGO vom WILDSTEIGERLAND. Yago was VA in 1990 en 1991, Yago kreeg ook kritiek op zijn loopvreugde tijdens het draven. Maar gaf deze eigenschap niet door, getuige het tegen bewijs wat zijn zoon ULK vom ARLETT, Sieger 1995. En zijn dochter, PALIE vom TRIENZBACHTAL, Siegerin 1993 aan het publiek en keurmeesters toonden.
Zonen die de URAN-lijn verder moeten brengen, zijn onder andere:
![]()
via YAGO:
De lijn die ik hier besproken heb is, voor alle duidelijkheid:
Quanto Wienerau-------Irk Arminius-----Uran Wildsteigerland-----Eiko Kirschental------Yago Wildsteigerland
Als laatste tak van de Quanto lijn, is er nog een die minder voortvarend lijkt dan de vorige twee. Maar ook zeker het vermelden waard is. Deze lijn begint bij de Sieger van 1963 DICK vom ADELOGA, het is een lijn die voert over verschillende mannelijke nakomelingen naar Jack vom Trienzbachtal, Zijn belangrijkste zoon is Cash vom Wildsteigerland VA 1997. Cash zal de "Adeloga" tak, zoals het zich laat aanzien voort zetten. Wachten is echter nog op een reu of teef die in de Auslese komt, of deze groep gaat benaderen.
![]() |
![]() |
![]() |
| Ulk Arlet | Visum Arminius | Nero Hirschel |
Tot slot van het Quanto von der Wienerau Hoofdstuk , nog even iets over de importantie van sommige teven. Palme vom Wildsteigerland heb ik al de revue laten passeren.
Maar er zijn nog een paar uitzonderlijke exemplaren. Als eerste noem ik ICA von der WIENERAU. Zelf dochter van de Sieger van 1980 en Lasso zoon Axel vom Hainsterbach.
Ica is de moeder van zowel Zamb von der Wienerau, alsook moeder van het belangrijke "L" nest von Mark Haus Beck. Met onder andere de reserve Siegerin van 1991 Lana von Haus Beck, en goede vererver Lord vom Haus Beck.
Ook de zus van Quando vom Arminius, Quina heeft haar sporen verdient. Zij was zowel de moeder van Yago vom Wildsteigerland, en tevens de moeder van MARK vom HAUS BECK. Een hond vergelijkbaar met de status van Odin, aleen uit een andere lijn. Namelijk de CANTO WIENERAU-lijn. Deze lijn bespreek ik in een later stadium.
Tot slot, ICA von HAUS REITERLAND. Ica was dochter van de Sieger Reza vom Haus Beck. Een prachtige reu wiens naam is weggeebt door een mindere vererving. Ica was zowel de moeder van VA NERO vom HIRSCHEL, als ook van de voor velen, mooiste Duitse Herder aller tijden: FANTO vom HIRSCHEL. Sieger in zowel 1990 al 1991. Fanto stamt ook uit de Canto lijn.
Zo gauw als mijn toetsenbord en mijn vingers weer wat zijn afgekoeld, na al dat getik. Zal ik de Canto von der Wienerau-lijn aan een bespiegeling onderwerpen. Dus kom regelmatig terug op mijn site, als dit onderwerp je interesseert.
![]()
G.Nagel
01-10-2000
|
Ga terug naar Bloedlijnen index INDEX |
| © design 2001/2002, G.Nagel: www.duitseherders.com |