Informatie betreffende de bloedbasis 2005Research en Tekst: Jan Demeyere & Gerrit Nagel
December 2005
deel 4Ter vergelijking met de twee Duitse evenementen heb ik gekeken naar de Nederlandse evenementen 2005: kampioensclubmatch (KCM) en Nederlands Individueel Africhting Kampioenschap (NIAK).
de KCM heb ik de beste 10 in Nederland gefokte reuen open klasse op vaderlijn bekeken. Geen 20 zoals in het Duitse overzicht omdat de KCM qua inschrijvingen en kwaliteit niet meer is als een Duitse Landesgruppenschau. De titel Nederlandse Sieger(in) is voor mij ook niet relevant omdat er geen Moedproef plaats vindt op de NL editie (mag niet van de Raad van Beheer). Het kenmerk voor mij van een Siegershow is de combinatie karakter (moedproef) en exterieur keuring. De populariteit van dit evenement is de laatste jaren erg gegroeid door de liefhebbersdag op zaterdag.

Conclusie: Bij de KCM reuen zien we het te verwachten beeld dat ook hier 4 honden over Jeck komen en 2 over Zamb dus 6 keer Odin. Opvallend 3 reuen over verschillende vaders die terug gaan naar Eiko Kirschental en 1 hond die over Mark komt.Het NIAK geeft denk ik wel een mooi beeld van het bloed wat bij de Nederlandse africhters en fokkers populair is en waarmee zij wekelijks trainen. Ik heb van dit evenement de beste 15 honden bekeken van Nederlandse fok op bloedbasis via de vaderlijn.

Conclusie: Bij de NIAK reuen zien we grote verschillen t.o.v. de BSP bloedvoering. Fero die bij de BSP reuen maar liefst 9 keer voor komt is slechts 1 keer vertegenwoordigd in vaderlijn. Mink (Greif) ontbreekt geheel. In Nederland komt de invloed van Greif over andere honden. Fado Karthago (Kkl1) komt 5 keer voor in belangrijke mate via zijn zoon Omar v Kahlenbach (Kkl1). Gildo Körbelbach (Kkl1) is ook geliefd hij komt 4 keer voor en wel over drie verschillende zonen. Ten tijde van het kampioenschap waren 13 van de 15 genoemde honden aangekeurd op Fokgeschiktheid.Wat gelijk duidelijk wordt is dat de fokkers van werklijn honden in Nederland hun eigen plan trekken. En niet de Duitse werklijn fok volgen. Ik denk dat dit een zeer goede ontwikkeling is los van „beter of slechter“ maar het getuigd van een eigen Nederlandse visie betreffende het kiezen van dekreuen. Dat brengt ook met zich mee dat er een mooie verscheidenheid is bij deze honden in type en kleuren. Persoonlijk had ik ook Verwin Blitsaerd verwacht bij deze honden opvallend genoeg komt hij in deze methode van vaderlijnen niet voor. Als je de analyse breder zou willen trekken wordt het gauw onoverzichtelijk. De differentiatie wordt dan wel meer zichtbaar, bijvoorbeeld als ik de kampioen NIAK 2005 Kylath v Nispenplatz wat breder neem zien we over zijn vader Omar (Fado) ook Uwe Kirschental (BSP).
Fado Karthago
Omar Kahlenbach
Over de moeder van Kylath, Nikkie > Youri Badomar > Dax Blitsaerd en via de moeder van Nikkie zien we ook Henning Noort > Quando Arminius.
Een mooi voorbeeld dat met een weloverwogen keus van dieren (en bloed) uiteindelijk toch een Nederlandse kampioen is gefokt.
Quando Arminius
Uwe Kirschental
De Duitse kennel v Kirschental heeft bewezen in het verleden een zeer goede kijk te hebben op het breed houden van zijn fokkerij. Mede omdat honden uit zijn kennel voor komen in de stambomen van zowel honden die opvallen binnen de africhting maar ook binnen de show. Het U-nest Kirschental komen we veel tegen in werkhonden.
Eiko Kirschental komen we veel tegen bij honden in de show. De Nederlandse Kampioen op de KCM: Mike v Estherlager bijvoorbeeld heeft ook verschillende keren Eiko in zijn stamboom. Leuk detail van Eiko zelf is dat ondanks zijn hoge showprestatie VA 1 (Sieger 1988) ook weer werkhonden in zijn bloedlijn heeft als Eros v Busecker Schloss en Mike Bungalow.
Hier moet ik mijzelf eigenlijk gelijk corrigeren. Ik noemde Eros (geboren 1967) en Mike (geboren 1964) „werkhonden“ in die tijd zal men ze eerder „goede karakterhonden“ hebben genoemd. Het extremisme of polarisatie in de fokkerij was immers nog niet van toepassing. Men keek denk ik als fokker veel meer van: ik moet wat extra „power“ in mijn fok hebben en bijvoorbeeld een Eros leent zich daar goed voor. Men fokte aanvullend en de paranoia sloeg niet gelijk toe als er „een verkeerde naam“ voorkwam in de stamboom van de dekreu. Men fokte immers Duitse Herders: een mooie met wat flets karakter moest wat pit bij. Een goede maar wat ielig gebouwd moest wat type en kracht bij........simpel eigenlijk.
Eiko Kirschental
Eros Busecker Schloss
Duitse analyse data:
Jan Demeyere, B – 8570 Vichte
Tekst
Gerrit Nagel & Jan Demeyere
Ga terug naar Bloedlijn index
INDEX© design, G.Nagel: www.duitseherders.com