Voorwoord:

Volgende studie is gedaan door Jan Demeyere, met als doel om wetenschappers en genetici als ook specialisten binnen de  Duitse Herder wereld hun mening te polsen over zijn bevindingen. Het originele onderzoek is in het Duits gemaakt. Ik heb getracht het zo leesbaar mogelijk te vertalen. De originele documenten van Jan vindt u aan het einde van het onderzoek ter download als MS Word documenten. Hierin staat ook de lijst van faculteiten die hij aanschreef. Inmiddels heeft Jan van volgende personen al vernomen dat ze zijn studie in voordrachten en lezingen willen gebruiken: Dr. Fred Lanting, Dr. Helmut Raiser,  Dr. Vet. Dirk Coopman van de Uni-Kliniek van Merelbeke bij Gent.

Ook duitseherders.com als informatiebron binnen Nederland wil u deze studie niet onthouden.

Aan het einde van de studie vindt u nog wat persoonlijke overdenkingen van ondergetekende.

Mvrgr

Gerrit Nagel

Oktober 2005.

 

De Studie:

Auteur: Jan Demeyere

 

Ik heb op basis van de aktuele informatie van de CD-rom: SV Genetics versie 3e kwartaal 2005 uitgebracht door de Duitse rasvereniging SV statistisch onderzoek gedaan naar de erfelijkheid van HD bij de Duitse Herdershond. Ter analyse is gebruikt de gegevens van een grote (kwantiteit) fokker in Duitsland, oftewel een fokker die de laatste decennia dominant aanwezig was binnen de Duitse fokkerij. En door de aantallen gefokte dieren een duidelijke invloed heeft gehad op deze fokkerij en populatie dieren.

 

 

Gebruikt zijn de gegevens van 3204 nakomelingen van 186 fokteven (moeders) in 698 nesten. En 11595 nakomelingen van de 79 dekreuen (vaders) in 2551 dekkingen/nesten. Totaal worden er 15000 nakomelingen meegenomen in de statistieken.

 

Samenvattend kan ik concluderen dat van de 15000 nakomelingen van bovengenoemde fokteven en dekreuen maar 38 % officieel zijn (af)geröntgend en een HD uitslag (Befund) kregen. Dat betekent dat we over 62 % geen gegevens hebben dus niets weten over de toestand van hun heupen.

 

De uitslagen van de nakomelingen, verklaring van de afkortingen.

HD 1 = normal, HD 2 = fast normal, HD 3 = noch zugelassen, HD 4 = middelmatige HD (mittlere HD), HD 5 = zware HD (schwere HD), HD 6 = goed buitenlands (niet Duits) HD resultaat (HD Ausland).

 

 

Geröntgende nakomelingen van de fokteven per kwalificatie/uitslag:

 

HD-1: 60,26%

HD-2: 22,40%

HD-3: 9,89%

HD-4: 3,84%

HD-5: 0,74%

HD-6 (Ausland): 2,86%

 

Geröntgende nakomelingen van de dekreuen per kwalificatie/uitslag:

 

HD-1: 57,07%

HD-2: 23,09%

HD-3: 10,84%

HD-4: 4,47%

HD-5: 0,66%

HD-6 (Ausland): 3,88%

 

 

Analyse nakomelingen van de fokteven.

 

1.223 van de 3.204 nakomelingen werden geröntgend = 38,17 %.

Van 61,83 % is geen resultaat bekend.

Die HD-uitslag „1“ = „normal“ krijgen 60,26 % van de honden..

Die HD-uitslag „6“ = „Ausland“ krijgen 2,86 % van de honden.

Conclusie 63.12 % heeft de hoogste (beste) uitslag, maar het betekend ook dat slechts 23,00 % („1“) + 1,09 % („6“) = 24,09 % van de TOTALE nakomelingen deze beste uitslag kregen.

 

In goed Nederlands: minder als een vierde deel van alle gefokte nakomelingen (dieren) in deze kennel hebben aantoonbaar HD-vrije heupen. Als we tolerant zijn en de uitslag HD 2 (fast normal) erbij optellen komen we op 32.64 %.

Anders gezegd slechts eenderde van de Duitse Herders (pups) van deze fokker geboren uit zijn fokteven hebben aantoonbaar goede heupen (HD 1).

 

 

Analyse nakomelingen van de dekreuen.

 

4.409 van de 11.595 nakomelingen werden geröntgend = 38,03 %

Van 61,97 % liegt is geen resultaat bekend.

Die HD-uitslag „1“ = „normal“ krijgen 57,07 % van de honden. (Fokteven: was 60,26 %).

Die HD-uitslag „6“ = „Ausland“ krijgen 3,88 % van de honden. (Fokteven: was 2,86 %).

Conclusie 60,93 % heeft de hoogste (beste) uitslag, maar het betekend ook dat slechts 21,07 % („1“) + 1,47 % („6“) = 23,17 % van de TOTALE nakomelingen deze beste uitslag kregen

minder als een vierde deel van alle gefokte nakomelingen (dieren) in deze kennel hebben aantoonbaar HD-vrije heupen. Als we tolerant zijn en de uitslag HD 2 (fast normal) erbij optellen komen we op: 31,95 %.

Anders gezegd minder dan eenderde van de Duitse Herders (pups) van deze fokker geboren uit zijn dekreuen hebben aantoonbaar goede heupen (HD 1).

 

Opmerking:

Men moet er rekening mee houden dat praktisch alleen dieren afgeröntgend worden die aktief zijn in de sport (africhting en show) en potentieel toekomstige fokdieren zijn. Primair is de  groep die ter röntgenen aangeboden wordt dus al een selectie of elite van het ras. Ook leert de praktijk dat bij een slechte diagnose van de dierenarts van de foto’s deze vaak niet ingestuurd worden. Dus er geen officiële uitslag van desbetreffende hond in de data van de SV komt. Het percentage slechter als HD 2 (HD 3 en HD 4 en HD 5) zal dus in werkelijkheid veel hoger zijn als weergegeven in de statistieken. Deze feiten plus het gegeven dat grof gezegd slechts 40 % van de produktie van deze fokker is geröntgend, en 60 % dus niet dient u bij het lezen als relativering voor ogen te houden.

 

 

 

Vraagstelling:

 

Kunnen strengere (fok) criteria het gebrek HD terug dringen?

 

Ik wil graag nagaan of er verbetering binnen het ras op zal treden als men niet meer met dysplastische dieren zal fokken. En hiermee bedoel ik alle dieren met een uitslag slechter als HD 1.

Wetenschappers spreken over "dysplastische" honden, wanneer de heupen niet intakt zijn, of niet perfect. Vandaar dat ook fokken met HD 2 en HD 3 voor mij geen optie is. Een beetje ziek, is echter ook ziek! en dus niet gezond! Het toestaan van de huidige ruime norm is een gedoogbeleid.

Ik wil in volgende tabel het effect aantonen indien men alleen met moeders zou fokken met HD 1. Een goed kriteria voor de inzet in de fokkerij is voor mij „perfekte heupen van het moeder dier“

 

 

 

HD-uitslag:

 

aantal

pups

nesten

Gerönt.

HD-1

HD-2

HD-3

HD-4

HD-5

HD-6

Moeder met HD-1 of. HD-6

 

123

2172

458

801

506

176

74

22

4

19

 

 

 

 

%=>

63,17

21,79

9,24

2,75

0,50

2,37

Moeder met HD-2

 

42

811

180

342

193

78

36

20

4

11

 

 

 

 

%=>

56,43

22,81

10,53

5,85

1,17

3,22

Moeder met HD-3

 

15

197

44

70

34

18

10

4

1

3

 

 

 

 

%=>

48,57

25,71

14,29

5,71

1,43

4,29

Moeder met HD-4 of onbekend

6

24

16

10

4

2

1

1

0

2

 

 

 

 

%=>

40,00

20,00

10,00

10,00

0,00

20,00

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

186

3204

698

1223

737

274

121

47

9

35

 

 

 

 

%=>

60,26

22,40

9,89

3,84

0,74

2,86

 

 

Deze kleine analyse toont overduidelijk aan dat moeders met perfekte heupen (HD 1 of HD 6) een veel hoger percentage (bijna tweederde) gezonde nakomelingen brengen: (63,17 + 2,37) = 65,54%.

 

Al bij de volgende stap: moeders met HD 2, krijgen (56,43 + 3,22) = 59,65 % van de geröntgende nakomelingen de beste uitslag. Dat is al ruim 5 % minder.

 

Bij de derde stap: moeders met HD 3, gaat het verval nog verder. Nog slechts (48,57 + 4,29) = 52,86% (ongeveer de helft) krijgen de beste uitslag. Wederom 6.79 % verval.

 

Bij de laatste stap (HD 4 moeders) moet je ervan uit gaan dat dit „ongelukjes“ of ongewenste dekkingen zijn. Bewust fokken met dit soort moeders heeft niets met serieus fokken te maken.

 

 

Effect:

Reeds in de eerste generatie verbeteren de resultaten van de heup uitslagen duidelijk. Ik ga ervan uit dat bij langdurig en consequent gebruik te maken van fok dieren met HD 1 heupen het gebrek heupdysplasie kan worden verkleind.

 

 

 

Lees alle delen:
DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4

Ga terug naar Artikel index
INDEX

G.Nagel: www.duitseherders.com